CD recensies

Juni 2012

 

Various: “Hed Kandi presents… Beach House” (Hed Kandi Records)

Bron: 3-CD

Rubriek: 6/2012  

Ben Santiago is de mixer van deze prettige 3-CD bundel. Een bundel die uiteenvalt in drie thema’s: sunrise, sunshine en sunset. Santiago (wie kent ‘m niet?) weet zijn luisteraars te overtuigen met heerlijke zonovergoten grooves. Verwacht dus weinig veranderingen ten opzichte van eerdere edities. Het betreft hier simpelweg een presentatie van vers/recent materiaal. Hed Kandi is wat dat betreft een betrouwbaar instituut die standvastig blijft doen waarin het goed is. Ter aanvulling: Hed Kandi is er niet voor niets al ruim tien jaar succesvol mee. Gevoelsmatig zit er de nodige overlap tussen deze ‘’beach house’ bundel en de eveneens in deze rubriek besproken ‘deep house’ titel van Hed Kandi. Echter, wat maakt het uit. Beide bundels bieden gemiddeld tot bovengemiddeld materiaal. Daar kunnen we weinig negatiefs over opschrijven. Uitgekauwd concept, maar nog altijd het luisteren waard. Met materiaal van uiteenlopende namen als X-Press 2 feat. Roland Clark, Shur-I-Kan, Kris Menace, Joey Negro presents Z Factor, Kings Of Tomorrow en Kevin Saunderson feat. Inner City.

 

Score: 3/5

 

Various: “Hed Kandi presents… Deep House” (Hed Kandi Records)

 Bron: 2-CD

Rubriek: 6/2012

 Op deze 2012 editie uit de “Hed Kandi presents… Deep House” reeks horen we twee samenstellers/mixers aan het muzikale woord. Disk één bevat een mixsessie door DJ Eibhlin, terwijl disk twee door John Jones (niet te verwarren met onze Nederlandse gelijknamige komiek/acteur). Hed Kandi’s compilaties waarbij de deep-house wordt belicht zijn eigenlijk ieder jaar van een prima kwaliteit. Geen reden om vooraf te twijfelen aan deze 2012 editie dus. De mixsessies staan vol met ‘sexy & soulful’ muziek, zoals de verpakking ons beloofd. Geen woord van gelogen. Met prima werk door onder andere Art Department, Maceo Plex, Gerd (geremixt door Deetron), Shur-I-Kan en Hollis P. Monroe (Laura Jones remix voor de klassieker “I’m Lonely”) is deze 2-CD compilatie qua gemiddeld niveau dik in orde. Ook qua diversiteit valt er genoeg te beleven en ontdekken op deze 2-CD box. Zo is er flink wat aandacht voor eigentijdse house met een classic touch. Een mooi voorbeeld daarvan is het sterke “Stay Glued” van Audiojack in de FCL Weemix – check de heerlijke dubby synth stabs! Conclusie: niets nieuws onder de zon, maar simpelweg een bundel met heerlijke luistermuziek en/of opwarmmuziek voorafgaand aan een clubavond.

 

Score: 3/5

 

 

Various: “Café del Mar Vol. 18 (XVIII)” (Café del Mar Music)

 Bron: 2-CD

Rubriek: 6/2012

De "Café del Mar" verzamelreeks leek de afgelopen jaren volledig ingedut. De tracklists werden 'opgesierd' met veelal onbekender en/of weinigzeggend werk. De acts uit de eigen Café de Mar Music stal werden daarbij primair in het zonnetje gezet. Denk daarbij aan DAB (Digital Analog Band), Rue Du Soleil en La Caina. Absoluut niets mis met de fraaie muziek van (met name) Rue Du Soleil, maar je vult er geen volledige compilatie mee. De "Café del Mar" reeks, die vooral bekend werd aan de hand van de eerste zes delen door José Padilla, leek in de verste verte niet meer op de memorabele invulling van die vroege afleveringen. De voormalige resident DJ en producer José Padilla leverde met de genoemde delen één tot en met zes een topprestatie. Het logische gevolg van Padilla's onnavolgbare goede smaak en eclectische DJ sets in/bij het fameuze café aan de rand van de baai van San Antonio, Ibiza. De muziek op de genoemde edities (uitgebracht tussen 1994 en 1999) was divers, vernieuwend en bleek een belangrijke (vroegtijdige) aanjager van de downtempo/loungehype. Een springplank naar succes voor vele artiesten/formaties. Delen zeven en acht, samengesteld door Bruno from Ibiza (destijds de opvolger van José Padilla als resident DJ), waren weliswaar de moeite waard, maar konden niet tippen aan het eerdere zestal met José Padilla als stuurman. Vanaf deel negen ging het eigenlijk alsmaar bergafwaarts met het ooit zo geliefde concept, dat wellicht zelfs geldt als (één van) de moeder(s) der downtempo/loungecompilaties. Op dit nieuwe deel vanuit de "Café del Mar" reeks lijkt het stuurloze schip weer een kapitein aan boord te hebben – samensteller Toni Simonen. Een kapitein die een soortgelijke aanpak hanteert zoals destijds op delen zeven en acht uit de reeks (uit respectievelijk 2000 en 2001). Waar doelen we op? Het toepassen van 'chill-out' materiaal van bekendere (soms zelfs mainstream) artiesten. Op deze achttiende editie zien/horen we dan ook de terugkomst van grote namen als Afterlife, Lamb, Chicane, Underworld, Moby, Talvin Singh en Ben Onono. Vrijwel allemaal met eigentijds materiaal. Veelal exclusief ook. Op papier revancheert de "Café del Mar" serie zich dus met een klinkend affiche. Echter, na beluistering worden die verwachtingen maar deels ingelost. Deze 2-CD biedt weliswaar een uiterst fijne selectie van downtempo, ambient, (allerhande) chill-out en wat lichtvoetig chill-house materiaal, maar op de één of andere manier worden we anno 2012 niet (meer) warm of koud van dit soort compilaties. De loungehype is al lang en breed voorbij, de bijbehorende loungevijver is volledig leeggevist en het verrassingseffect is simpelweg verdwenen. Deze muziek zal het ongetwijfeld nog altijd uitstekend doen in/bij 'hippe' beachclubs als achtergrond muziek, maar aan echte spannende downtempo muziek is tegenwoordig een schrijnend tekort. Dat kaliber muziek vinden we in ieder geval niet terug op "Café del Mar Vol. 18 (XVIII)". Deze selectie kunnen we treffend omschrijven als vermakelijk en lekker om te beluisteren. Meer is het ook niet. Wat overblijft is een zomerse selectie van heerlijke lome luisterparels, gefabriceerd door ervaren krachten die nimmer falen en altijd minimaal een voldoende scoren. Meest positieve kanttekening: de gemiddelde kwaliteit op deze nieuwste "Café del Mar" 2-CD vertoont weer een steile stijgende lijn en dat is exact wat de serie nodig had.

 

Score: 3/5

 

 

Oxia: “Tides Of Mind” (InFiné)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 Oxia is de muzikale uitlaatklep van Olivier Raymond. Deze in Grenoble (Frankrijk) geboren (techno) DJ/producer is daarnaast één van de oprichters van het gekende GoodLife label. Oxia startte medio jaren 90 overigens als duo (met Stephane Deschezeaux). “Tides Of Mind” is Oxia’s tweede album, volgend op het van begin 2004 stammende debuut “24 Heures”. Op “Tides Of Mind” horen we Oxia vooral in de rol van deep-house en tech-house producer. Tijdens “Rue Brusherie” vermengd Oxia jazzy invloeden (drums en piano) met een tropische, broeierige ‘tech’ begeleiding. Het levert een frisse, zomerse track op die ongetwijfeld uit vele speakers op party eiland Ibiza zal schallen deze zomer. “Housewife” is een classic housetrack met vocalen van Miss Kittin. Geen memorabel werk, maar wel oerdegelijk. Next up is “Nightfall”  dat draait op een soepele groove, aangevuld met uitstekende dubby loops (aan het einde van de track) en mellow organs. Nog zo’n heerlijk zomers plaatje. “Flying Over Time” moet je meer in de hoek van de soulful deep-house zoeken. Een prettige, met zonnestralen overgoten luisterparel die het ook goed zal doen in/bij lounges of beachclubs en op de bekende ‘chill house’ compilaties. Qua geluid doet deze fraaie track met sterk denken aan Harley & Muscle’s werk. “Flying Over Time” verscheen overigens al in maart 2012 op single als opwarmer voor dit album (samen met de albumtrack “Harmonie”). “Tides Of Mind” is een vermakelijk en sterk geproduceerd album geworden met enkele goed bruikbare DJ tools voor de naderende zomer.

 

Score: 4/5

 

 

Sasse: “Third Encounter” (Moodmusic)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

De Finse DJ, producer, sound engineer en labelbaas Klas-Henrik Lindblad (aka Sasse aka Freestyle Man) heeft de afgelopen (pak ‘m beet) twintig jaar langzaam maar zeker naam gemaakt. Als oprichter van Moodmusic mag hij gerust een ambassadeur van de goede smaak genoemd worden. Het kwaliteitslabel voor de betere house- en technomuziek heeft immers een catalogus wat je u tegen zegt! Als producer slingerde Sasse in 2006 zijn debuutalbum “Made Within The Upper Stairs Of Heaven” de markt op. Een overtuigend beeld van Sasse’s kwaliteiten als producer op dat moment, zo bleek. Met de herkenbare uitsmijter “Loosing Touch” (met vocalen van Kiki) verbond Sasse (Italo) disco invloeden met futuristisch klinkende house en techno. Zelfs de enigszins foute ‘Right Said Fred’ alike vocalen konden deze parel niet beschadigen. Memorabel! In 2008 zou Sasse’s tweede album het levenslicht zien, “Toinen” genaamd. “Toinen” staat ons nog vers in het geheugen vanwege het adembenemend mooie “Break Up”. De schoonheid van die track schuilt in de combinatie van een soepele tech-disco clubloop met een episch, cinematisch thema dat bol van de strijkers staat (klinkt als soundtrackmuziek). Zelden zo’n unieke track gehoord de laatste jaren. Inmiddels leven we in 2012 en Sasse’s derde langspeler draagt de werktitel “Third Encounter”. Een album waarvoor Sasse ruim de tijd genomen heeft en tegelijkertijd een passend nieuw hoofdstuk is ’s mans carrière als producer. “Third Encounter” verbindt het beste van oud en nieuw. Een soort samenvatting van Sasse’s opgebouwde kennis en kunde van de afgelopen twintig jaar. Dat resultaat in muziek met een piekfijne verwijzing naar het verleden. We vroegen Sasse zelf hoe het album "Third Encounter" tot stand is gekomen, wat de verschillen met voorganger "Toinen" zijn en welke invloeden Sasse verwerkte in zijn nieuwe werkstuk. 'This album was like a jam session between my analog machines and myself in my Berlin based studio. "Toinen" was done with a different approach. Most of the songs have real structures and are house based while "Third Encounter" is more open minded musically and goes into techno-minded ideas. Most of the tracks have a live feel to them and should work well at home and on the floor. Talking about influences, generally lots of 90's techno and house from the time when I was starting to go out and bought my first 12" records. Musically I tried to work on organic, analog sounds to get that rawness to the sound, hope you can hear while listening to the record really loud’. Tot zover de (terecht) trotse producer. “Third Encounter” klinkt als een smaakvol gerecht, waarbij de ingrediënten bestaan uit (zoals gezegd) Sasse’s mid-90’s geluid en ‘klassieke’ invloeden vanuit Detroit + Chicago. Openingstrack “Fingers Inc.” geeft die hint eigenlijk al. De tien van “”Third Encounter” doen onderling niet of nauwelijks voor elkaar onder. Sasse’s productietechnische skills hebben nooit ter discussie gestaan en we kunnen wel stellen dat hij op dit nieuwe werkstuk weer een stap vooruit heeft gedaan. Het blijft toch knap hoe men tegenwoordig retro klanken in een fraai 2012 jasje weten te gieten. Sasse sluit wat dat betreft moeiteloos aan bij de elite van de EDM. Met uitschieters als het soepel doorrollende “Analog City” en het emotionele “707 Heaven”, weet Sasse zijn bestaande fanbase te behouden en een hele groep nieuwe voor zich te winnen. Dit album is dan ook voer voor de liefhebber van genoemde retro sounds (van eigentijdse makelij), maar ook liefhebbers van Terry Lee Brown Jr. en de Plastic City sound in het algemeen kunnen de ‘fingers’ aflikken bij die album. “Third Encounter” kunnen we categoriseren onder de groep ‘vijf sterren’ house albums. Not to miss! Ben je razend enthousiast geraakt van deze langspeler? Check dan zeker ook Sasse’s eerste twee albums (zoals eerder benoemd), maar ook de “Moodmusic 10 Years Anniversary Compilation” uit 2007. Laatstgenoemde compilatie biedt onder andere Sasse’s kolkende klassieker “Jersey”.

 

Score: 5/5

 

 

Petar Dundov: “Ideas From The Pond” (Music Man/ N.E.W.S.)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 De Kroatische technoproducer Petar Dundov is toe aan album nummer twee. Was zijn debuutalbum “Escapements” al geen straf om te beluisteren, “Ideas From The Pond” overtreft zijn voorganger met gemak. “Ideas From The Pond” start met het prachtige titeltrack dat bol staat van de trance invloeden. De sfeer doet me zelfs denken aan de synthesizermuziek van grootheden als bijvoorbeeld Jean-Michel Jarre. Deze zorgvuldig opgebouwde track krijgt na circa tweeënhalve minuut een gortdroge drumbeat mee. Dit is eigenlijk zoals de muziek van Chicane had moeten klinken op zijn nieuwste album, is mijn eerste gedachte. Petar Dundov is nog altijd een man van subtiel opgebouwde en daardoor langere tracks. De titeltrack duurt al zo’n slordige negenenhalve minuut. Titeltrack “Ideas From The Pond” blijkt de opmaat naar meer met trance doorvlochten technomuziek. De tokkelende synthesizers en langgerekte stringpads/akkoorden eisen de volledige aandacht, terwijl de beats en basslines slechts een rustieke bijrol vervullen. Wat een muzikaliteit wordt hier op de mat gelegd zeg! Petar Dundov als eigentijdse key figure binnen de ambient techno, met een hoofdrol voor epische trancemelodieën. Daar hadden we niet op gerekend. Fraai, sfeerrijk album vol prachtige ambiances.   

 

Score: 4/5

 

 

Fluxion: “Traces” (Echocord)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 Voor de betere dubtechno kun je nog altijd aankloppen bij het Deense Echocord label. Het label werd zo’n tien jaar geleden opgericht door DJ Kenneth Christiansen en beschikt inmiddels over een rijk gevulde catalogus met vrijwel uitsluitend werk dat ter zake doet. Voor Fluxion, een alias van de Griek Konstantinos Soublis, is het niet de eerste albumrelease op Echocord. In 2010 verscheen via Echocord voorganger “Perfused”. Op Fluxion’s (inmiddels) vierde full length album, dat “Traces” heet, vinden we een elftal van sprankelende met dub overladen techno- en housecreaties. Opvallend groovy en (soms) met subtiele aanwezigheid van ambient geluidswolken. Terwijl de meeste dubtechno veelal koud en ietwat afstandelijk klinkt, valt “Traces” op als zijnde een meer warmer en toegankelijke tegenantwoord. Met beide benaderingen is overigens niets mis. “Traces” valt positief op door de slim doordachte producties, waarbinnen de inbreng van flarden house de muziek net dat verrassingseffect en stukje extra diepte meegeeft. Kortom, verwacht een dubtechno album vol warmte en gevoel, dat perfect bij deze periode van het jaar past.        

 

Score: 4/5

 

Mathias Stubø: “Mathias Stubø” (BBE Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 De Noorse DJ, producer en multi-instrumentalist Mathias Stubø was al enkele jaren succesvol onder de naam Proviant Audio, totdat hij vorig jaar ook onder zijn eigen naam op de radar verscheen. Via BBE Records bracht hij in 2011 zijn debuutalbum “1979” uit en verraste daarmee vriend en vijand. Een album die wij overigens compleet over het hoofd gezien hebben. Een gemiste kans, zo blijkt bij het beluisteren van Stubø’s titelloze tweede langspeler. De pas negentien jaar oude Noor laat er geen gras over groeien zoals dat heet. Stubø’s nieuwste werkstuk is opgezet als een soort tweeluik. Het album is namelijk opgedeeld in twee afzonderlijke delen: high frequency feelings en soul touch. De muziek van Mathias Stubø refereert continu naar het verleden, waarbij hij een vernuftige knip- en plaktechniek gebruikt waardoor je als luisteraar voortdurend geboeid blijft luisteren. Niet alleen die knip- en plaktechniek zorgt daarvoor, maar ook de avontuurlijke insteek en het brede pallet van muzikale kleuren plus dito sferen maken dit album tot een succes. Stubø’s muziek bevat invloeden uit de (cosmic) disco, funk, soul, jazz (fusion) en 70’s soundtracks. Soms doet zijn muziek dan ook denken aan Jazzanova’s (instrumentale) koers op hun debuutalbum “In Between” uit 2002. Stubø’s ‘world of sound’ (optelsom van beide delen van dit album) is erg de moeite waard, zo kunnen we concluderen. Dit album valt niet weg te zetten als eenheidsworst, maar als een creatief huzarenstukje van een getalenteerde Noor. Check vooral de albumtrack “Fly With Me”, dat prachtige gefilterde disco- en soulelementen bevat. Klasse!

 

Score: 4/5

 

 

Noisia: “Split The Atom - Special Edition” (Mau5trap Recordings)

 Bron: 2-CD

Rubriek: 6/2012  

In april 2010 verscheen Noisia’s debuutalbum “Split The Atom”. Een album dat nu via het grote Mau5trap Recordings (van Joel Zimmerman aka Deadmau5) in de herkansing gaat met een bonus disk – een special edition. Noisia’s muziek laat zich niet gemakkelijk typeren. Het trio gaat muzikaal gezien voor de meer rauwe en ongepolijste aanpak. Ze slaan feilloos een stevige brug tussen elektronische muziek en rock/punk. Die aanpak passen ze toe in producties binnen genres als drum & bass, dubstep en ‘punky’ breakbeats. De vergelijking met The Prodigy, Pendulum en Skrillex is dan ook snel gemaakt en niet geheel onterecht. Noisia’s krachtige producties zorgen live voor dezelfde in het rood uitslaande energiemeters. Echter, gevoelsmatig lijkt Noisia zijn inspiratie vooral te hebben gehaald uit het drum & bass werk van collega’s Ed Rush & Optical. Zet bijvoorbeeld het Ed Rush & Optical album “The Creeps” uit 2000 nog eens op en je begrijpt waar we naartoe willen. Noisia’s eerste producties verschijnen in het jaar 2003. Gestaag groeit de bekendheid van het Groningse trio, bestaande uit Martijn van Sonderen, Nik Roos en Thijs de Vlieger. In 2008 speelt het duo zich definitief in de kijker met hun krachtige en overtuigende mix binnen de “FabricLive” reeks – aflevering #­40 van juni 2008. Een mixcompilatie waarop veel van Noisia’s eigen werk wordt gepresenteerd en een breder publiek bereikt. Die mix voor het Londense Fabric instituut bleek ook direct een voorproefje op debuutalbum “Split The Atom”, dat uiteindelijk pas in april 2010 in de (digitale) winkelschappen terecht kwam. Waarom? Op “Split The Atom” (in deze uitgave disk één) komen/kwamen namelijk een flink aantal herkenningspunten uit de “FabricLive.40” mix terug, waaronder de onweerstaanbare titeltrack, de grommende baslijnen van drum & bass kraker “Diplodocus” en het enigszins vervormde, loodzware “Stigma”.­ Verrassend was destijds de samenwerking met zangeres Giovanca – bekend van haar (gevoelige) albums voor DOX Records en het geluid van de V&D reclames op TV (waarin Giovanca’s “On My Way” te horen is). “My World”, waar we naar refereren, is één van de frissere bijdragen op het album en vermengd wat sfeervolle, doch dreigende soundpads met Giovanca’s prachtige vocale inbreng, met de bekende, stevige drum & bass breaks en basslines als basislaag. De negentien tracks op disk één (het originele album) zijn stuk voor stuk de moeite waard. De tempowisselingen en nuances binnen Noisia’s producties zorgen voor een lange houdbaarheid. Het kost dan ook geen enkele moeite om het als bekend veronderstelde originele album in 2012 opnieuw op te zetten. Het biedt nog altijd essentieel werk, zo blijkt. Dat deze heruitgave via Joel Zimmerman’s (aka Deadmau5) Mau5trap Recordings verschijnt lijkt wellicht een onlogische stap, maar zo vreemd is die uiteindelijk niet. Noisia bracht de afgelopen tijd al divers materiaal uit via Mau5trap, waaronder de tracks “Tommy’s Theme” en “Could This Be”. Die tracks vormen het startpunt van disk twee. “Tommy’s Theme” klinkt als een orkestrale benadering van dubstep (met scherpe kartelrand), “Could This Be” als een prettige drum & bass roller met tempoverlaging richting het einde van de track. Beste remix op CD2 komt op naam van Kito, die titeltrack “Split The Atom” een treffende 2012 treatment geeft (op Skrillex alike dubstep gebaseerd). Uiteindelijk is deze hernieuwde uitgave van “Split The Atom” feitelijk niet meer dan een herhalingsoefening met een tweetal nieuwere tracks en een serie prima remixes. Voor de mensen die Noisia’s werk nog niet eerder hebben opgemerkt betekend deze 2-CD bundel een mooie kennismaking met hun muzikale oeuvre. Voor de kenner is deze bundel enkel interessant vanwege de bonusdisk. Ben je wild enthousiast geraakt van Noisia’s spierballenmuziek? Check dan ook het werk van gelijkgestemde producers als Phace en Misanthrop – ook gezamenlijk opererend als Neosignal.

 

Score: 4/5

 

 

The Kyteman Orchestra: “The Kyteman Orchestra” (Kytopia)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

Dapper initiatief van Kyteman om na de succesvolle hip-hop meets jazz aanpak op de proppen te komen met een volwaardig orkest. Recentelijk was de publieke verbazing dan ook flink toen The Kyteman Orchestra het podium betrad op Pinkpop. Ze gooiden met hun optreden op Pinkpop 2012 overigens hoge ogen. Dit album is wat je noemt weer eens wat anders. Kyteman’s (live klinkende) hip-hop en jazz invloeden zijn nog altijd verweven in de muziek, maar nu met een (hoe kan het ook anders) orkestrale basis laag. Noem het moderne klassieke muziek. Op “The Kyteman Orchestra” staan twaalf tracks die niet iedere fan van het eerste uur zal aanspreken, maar mijn inschatting is dat The Kyteman Orchestra minimaal zoveel nieuwe fans erbij krijgt. Zonder specifiek in te zoomen op de album tracks kunnen we wel stellen dat Kyteman voorman/trompettist Colin Benders en alle participerende (sessie)muzikanten en vocalisten een prestatie van formaat leveren met dit gevarieerde album. Uit betrouwbare bron hebben we vernomen dat de live beleving van The Kyteman Orchestra nog een extra dimensie toevoegt aan de muziek, zoals deze opgenomen is voor dit album.

 

Score: 4/5

 

 

Planet Monkey: “To The City Of Green Lights ” (Bambeats)  

Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 Dit Planet Monkey album is één van de meest verrassende titels die we recentelijk op de radar kregen. Planet Monkey blijkt een samplekunstenaar die primair invloeden uit hip-hop, trip-hop, jazz (samples) en downtempo opzuigt en ze vervolgens in een geheel eigen hoedanigheid presenteert. Op de verpakking van het album worden invloeden als Bonobo en DJ Krush genoemd en die zijn wat mij betreft ook ‘spot on’. De trippy beats (lo-fi), het oneindige ‘geklooi’ met samples en loops, maar vooral ook de mate van creativiteit zorgen ervoor dat dit album een fijne versnapering is. Planet Monkey omschrijft zijn muziek zelf als ‘crazymonkeymusic’ of ‘hiphopkindabeats’. Hartstikke leuk allemaal, maar zo gek is dit geluid niet. Het is gewoon goed! Voor liefhebbers van abstracte hip-hop (instrumentaal) is deze release zeker een luisterbeurt waard. Laat je niet afschrikken door het veelvuldige gebruik van (retro) blazers. Klein beetje vergelijkbaar met de jazzy hip-hop muziek van Arts The Beatdoctor, waarvan op de verpakking een quote over dit album opgenomen is.       

 

Score: 3/5

 

 

Various: “FabricLive.64 - Oneman” (Fabric Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 “FabricLive.64 - Oneman” is een mix die qua opbouw weliswaar niet de schoonheidsprijs verdient, maar vanaf de eerste tot de laatste seconde boeit. Oneman schenkt tijdens deze mixsessie aandacht aan eigentijdse UK bass en dubstep, maar grijpt ook terug naar de periode van rond 2000 toen UK garage –verzamelterm voor speed-garage en 2-step – op het hoogtepunt was. Na de sprankelende mix door het trio Digital Soundboy Soundsystem is het nu Oneman (Steve Bishop voor intimi) die de spreekwoordelijke show steelt. Zijn mixsessie heeft, buiten de twijfelachtige opbouw, alles in zich om een klassieker uit de reeks te worden. Waarom? Vanwege de platenkeuze! Naar mijn mening nog altijd de allerbelangrijkste pijler voor het beoordelen van een mixcompilatie. Gedurende de sessie horen we werkelijk subliem materiaal door bijvoorbeeld SBTRKT, wiens “2020” aanvoelt als een warme douche. Even later volgt Lando Kal’s UK housetrack “Further” dat je op het puntje van je stoel krijgt. Een stuwende dansvloerpomper met een mysterieuze sfeer door de soundpads en R&B’ish vocals (samples). Ter aanvulling: Lando Kal is een alias van dezelfde producer die schuilgaat achter het project Lazer Sword, waarmee hij één van de betere albums van 2012 (tot nu toe) afleverde – verschenen via Monkeytown Records. Joy Orbison’s “The Shrew Would Have Cushioned The Blow” is dan wel niet meer zo vers, maar doet nog altijd ter zake en past perfect binnen deze mixsessie van Oneman. Diezelfde Joy Orbison grijpt later in de mix nogmaals de aandacht met zijn opzwepende classic house kraker “Ellipsis”, dat naast de stuwende baslijnen een fabuleus pianothema bevat, vergelijkbaar met Kraze’s “The Party” uit 1988 – een “Turn Up The Bass” klassieker. Oneman over “FabricLive.64”: "I wanted the mix to primarily be a representation of what I would typically play at fabric in current terms, so bearing that in mind I decided to draw on a lot of new house crossover stuff. The beginning of the mix is kind of a throwback to 2010, where I felt this UK Funky sound really started developing into another darker strand of UK dance music. The rest is really a mix of 128-134 bpm music through the years; there’s some old Locked On garage classics in there too… I never really think out these things too much, it just has to make sense when I listen back to it." Aldus Oneman, die in het verleden al eens een mix CD voor Rinse FM uitbracht. We zoomen nog even in op het gebruik van de UK garage klassiekers in deze mix. De Steve Gurley remix voor Basement Jaxx’s “Red Alert” dateert alweer van 1999, maar klinkt nog altijd fris en fruitig. Deze opzwepende 2-step parel, met onweerstaanbare ritmiek (klinkt als een verknipte en/of versnipperde breakbeat), zal bij vele luisteraars nog altijd een ‘wow’ effect tot gevolg hebben. Wat betreft UK garage klassiekers komen verder Nu-Birth’s “Anytime”, Ed Case’s “Something In Your Eyes” (geremixt door Underground Solution), Ce Ce Peniston’s “Somebody Else’s Guy” (geremixt door Tuff Jam) en Groove Connektion 2’s “Club Lonely” (geremixt door Dem 2) voorbij. Allemaal tracks die het verdienen om ook anno 2012 door de club- en/of festivalspeakers te schallen. Jammer dat Oneman geen (remix)werk van MJ Cole uit die periode heeft geselecteerd. Sowieso leuk om dit soort bijna vergeten UK garage classics weer eens terug te horen in een eigentijdse mix. Na het beluisteren van deze uitermate lekkere mixsessie overheerst een tevreden gevoel. Niet in de laatste plaats omdat Oneman zijn mix afsluit met een track van dubstep/UK bass held Burial. De tracklist heeft genoeg fijne tracks te bieden binnen een tamelijk breed veld van UK underground genres. “FabricLive.64 - Oneman” zal vermoedelijk de boeken ingaan als één van de beste edities uit deze langlopende reeks. De tijd zal dit uitwijzen. Let op, de releasedatum van deze CD is op 16 juli 2012.

 

Score: 4/5

 

 

Various: “Fabric 64 - Guy Gerber” (Fabric Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

De Israelische Guy Gerber staat te boek als vooraanstaande DJ/producer van de betere (melodieuze) tech-house. Vanaf 2002 bouwde Gerber een royale catalogus op, vrijwel uitsluitend bestaande uit single releases. In 2007 bracht hij via Cocoon Recordings zijn debuut- en enige full length album tot op heden "Late Bloomers" op de markt. Gek genoeg betekend deze mixcompilatieklus voor Fabric London pas zijn allereerste compilatie op CD - in 2007 kwam er overigens via Resident Advisor wel een digitale mix van Guy Gerber beschikbaar (RA.058). Op "Fabric 64" werkt Guy Gerber enkel met eigen materiaal. Materiaal dat hij speciaal voor deze klus in elkaar sleutelde. Het zestiental mag je daarom ook beoordelen als een verkapt artiestenalbum (weliswaar gemixt). Noem het een kruising tussen een mixcompilatie en een conceptalbum. Guy Gerber vertelt: "I always wanted to make an album that will be one long composition, kind of like what Steve Reich was doing, and this was an opportunity for me to make the effort and actually try to create it. The most important thing to me was to try and create something unique, and to show that sometimes with a change of only one note in the harmony, the whole mood changes. Hopefully I achieved it." Tijdens beluistering van deze mix valt vooral op hoe Guy Gerber uitblinkt in het brengen van soepele, gedreven en meeslepende producties. Gerber vertelt op "Fabric 64" zijn eigen muzikale verhaal en als luisteraar blijf je daar zonder enkele moeite geboeid naar luisteren. Warm, diep en verfijnt! Wat wil je nog meer? Next up: "Fabric 65" door Matthias Tanzmann, onder andere bekend van het Moon Harbour label.

 

Score: 4/5

 

 

Parov Stelar: “The Princess” (Etage Noir Recordings)

 Bron: 2-CD

Rubriek: 6/2012  

Parov Stelar is een éénmansformatie onder leiding van de Oostenrijker Marcus Füreder. Naast Füreder’s status als producer staat hij ook te boek als succesvol DJ. In 2009 bespraken we al eens zijn album “Coco”. Daarop hoorden we een mengelmoes van onder andere downtempo, moderne jazz, swing, house (lees: clubjazz) en broken beats. Muziek die uitermate geschikt is voor live vertolking. En dat doet Füreder dan ook al jaren. Parov Stelar’s muziek wordt live gepresenteerd met een vierkoppige band. “The Princess” wordt op de markt gebracht als dubbel album. Disk één betreft het album zelf, aangevuld met een disk die wordt omschreven als ‘The Vinyl Collection 2010-2012’ – een smakelijke bonus met meer op de dansvloer gerichte bijdragen. Op “The Princess” horen we weer fijne, dansbare muziek waarbij een hoofdrol wordt vertolkt door de piano. Jazz en swing zorgen voor de fundering, allerhande nevengeluiden, elektronica en effecten (onder andere scratches) completeren het bouwsel. Zonder opzienbarende uitschieters is “The Princess” een lekker consistent en goed luisterbaar album geworden met een aantal vocale momenten, waarvoor de hulp van onder andere Lilja Bloom en Anduze ingeroepen werd. Het album nodigt zeker uit om Parov Stelar live te gaan bekijken. Muzikaal gezien min of meer vergelijkbaar met formaties/bands als Marbert Rocel of De-Phazz. Persoonlijke favoriet: het rustmoment “Beautiful Morning”. Prachtige sfeervolle bijdrage!

 

Score: 3/5

 

 

Kidda: “Hotel Radio” (Skint)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 Kidda (aka Ste McGregor) veroorzaakte in 2008 een ware hype met het geprezen album “Going Up”. Kidda’s muziek leek destijds het eigentijdse antwoord op Fatboy Slim. Ook de vergelijking met de sampleknutselaars The Avalanches was destijds een belangrijke verwijzing. Inmiddels zijn we bijna vier jaar verder en het vervolg “Hotel Radio” ligt in de (digitale) schappen. We herkennen Kidda’s signatuur nog altijd in ’s mans muziek, maar met “Hotel Radio” lijkt Kidda zich meer en meer op het pop- in plaats van dancepubliek te richten. Dit tweede volwaardige album staat boordevol aanstekelijke luisterliedjes, waaronder het fijn in het gehoor liggende “The Whistler”. Die track verscheen recentelijk al als single overigens. Het is overigens niet zo dat de dance invloeden volledig verdwenen zijn, maar verwacht muziek die de crossover tussen pop en dance beklinken. “Hotel Radio” valt in de breedte ietwat tegen en kan zeker niet opbieden tegen “Going Up”. Zonder de individuele uitschieter “The Whistler” zou het album vrij weinig te bieden hebben. Wat overblijft is een leuk album zonder echte spectaculaire momenten, op het aanstipte “The Whistler” na dan. We hadden meer van dit album verwacht.    

 

Score: 3/5

 

 

Delta Funktionen: “Traces” (Delsin Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

De debuut langspeler van Delta Funktionen, alias van Niels Luinenburg, is een feit. Via het Amsterdamse kwaliteitslabel Delsin verschijnt “Traces”. Een klinkend visitekaartje voor een man met een missie. Delta Funktionen debuteerde volgens onze gegevens in 2008 op het Ann Aimee label (sublabel van Delsin Records) met zijn “Electromagnetic Radiation Part I” single. Het bleek de start van een vruchtbare samenwerking. Via zowel Ann Aimee als hoofdlabel Delsin bracht Luinenberg diverse goed ontvangen 12” singles uit. Juni 2012 ziet zijn debuutalbum “Traces” het levenslicht. Een debuut om trots op te zijn! “Traces” bestaat uit negen tracks die gezamenlijk een speelduur van één uur vertegenwoordigen. We lezen in de persbeschrijving dat Delta Funktionen voor zijn full length debuut studioproducties selecteerde variërend van circa 3 jaar oud tot materiaal met het stempel 2012. Daar merk je tijdens het luisteren van “Traces” overigens bar weinig van. Het album klinkt als één samenhangend geheel. Op "Traces" verklapt Delta Funktionen opzichtig zijn voorliefde voor traditionele Detroit techno, 80's/90's electro en acid – aangevuld met een lepelpuntje (Italo) disco. Wat betreft electro moet je dan niet denken aan de (plattere) clubsounds van deze tijd, maar aan de op prototype electro gebaseerde variant door artiesten als Juan Atkins (betrokken bij Cybotron), Aux 88 en Underground Resistance. Met een prachtig palet aan klankkleuren schildert Delta Funktionen de mooiste landschappen. Landschappen die we kunnen typeren als verfijnd en van eigentijdse makelij, maar met een onmiskenbare knipoog naar de erfenis van de Detroit techno en electro van eind jaren 80/begin jaren 90. Verwacht in die zin dus geen noviteiten. De sfeer is redelijk ontspannen en behaaglijk, maar het materiaal op “Traces” is niet uitsluitend voor thuisbeluistering geschikt. Op de festival- en clubpodia zal deze muziek er ook als zoete koek ingaan bij het publiek, zo is onze inschatting. Door de constante (hoge) kwaliteit van het materiaal op “Traces” is het bijna een belediging om individuele tracks uit te lichten.”Traces” is meer een album van de totaalbeleving. Op de CD hoes zien we een veelvoud aan gefiguurzaagde stukken hout. Die stukken vallen muzikaal gezien als een passende puzzel in elkaar op dit album. Knap staaltje vakmanschap van een getalenteerde Nederlandse producer en het volgende sterke wapenfeit van het Delsin label, dat recentelijk ook al de handen op elkaar kreeg met Claro Intellecto’s “Reform Club” album.

 

Score: 4/5

 

 

Quiet Village : “Too High To Move - The Quiet Village Remixes” (Pyramids Of Mars)  

Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

Het downtempo duo Quiet Village (Joel Martin en Matt Edwards aka Radio Slave) trok in 2008 de aandacht met het heerlijke album “Silent Movie”. Een langspeler waarop downtempo- en leftfield klanken vermengd werden met cinematische thema’s, (cosmic) disco en de nodige dub. Noem het exotica. Het album, dat via het !K7 verscheen, bracht onder andere memorabele tracks als het soulful “Pacific Rhythm” en het cinematische dubmoment “Broken Promises” voort. Nu is er het conceptalbum “Too High To Move - The Quiet Village Remixes”. Een release waarop fans lang hebben moeten wachten. Op de Discogs website staat namelijk een onofficiële release met Quiet Village remixes benoemd, daterend van 2006 (dus voor uitgave van het debuutalbum). Op dit interessante remix (concept)album vinden we werk dat tussen 2006 en 2011 opgenomen werd. Artiesten/formaties als Black Devil Disco Club, Toby Tobias, Francois K en Mudd gingen op verfijnde wijze door de mengtafels van Quiet Village. De tien remixes op deze disk zijn soepel in elkaar gemixt door Maxxi & Zeus. Na beluistering van de disk overheerst een positief gevoel, al bevinden de Quiet Village remixes zich vooral binnen de hoek van de cosmic disco vermengd met ladingen aan dub. Hopelijk betekend “Too High To Move - The Quiet Village Remixes” een opstap naar een (spoedig) nieuw Quiet Village album.        

 

Score: 4/5

 

 

Lazer Sword: “Memory” (Monkeytown Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

Lazer Sword is een samenwerkingsverband tussen Antaeus Roy (aka Lando Kal) en Bryant Rutledge (aka Low Limit). “Memory” is de tweede volwaardige langspeler van Lazer Sword en volgt op het titelloze debuut uit 2010. Het oorspronkelijk uit San Francisco afkomstige duo opereert binnen een veelvoud aan stijlen met dubstep, bass music, glitch en house als belangrijkste steunpilaren. Het experimentele karakter van Lazer Sword’s muziek drijft de marktwaarde alleen maar verder op. Lazer Sword’s enthousiasme en plezier zijn hoorbaar vertaald naar de muziek. Op “Memory”, dat in totaal een elftal aan tracks bevat, gaat het duo in twee gevallen de samenwerking aan met (bevriende) producers/artiesten. Dat zijn toevalligerwijs allebei (tegenwoordig) aan Hotflush gelieerde artiesten. Allereerst co-productie met Jimmy Edgar, wiens verse langspeler “Majenta” net in de winkel ligt. Ten tweede met Machinedrum, een alias van Travis Stewart. Exact, de Travis Stewart die samen Praveen Sharma de formatie Sepalcure vormt. Qua sfeer doet “Memory” me zo nu en dan ook denken aan Sepalcure’s debuutalbum op Hotflush – een langspeler met de wereldtrack “Pencil Pimp”. Over “Memory” kunnen we verder kort zijn. Dit is een essentieel album dat aanspraak gaat maken op een plaats binnen de (einde) jaarlijsten van 2012. Wat een topper! En over memory gesproken; dit album zal voorlopig nog niet uit het geheugen verdwijnen.

  

Score: 4/5

 

 

Sleepin’ Giantz: “Sleepin’ Giantz” (Tru Thoughts)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 Sleepin’ Giantz is een drie-eenheid bestaande uit Zed Bias (aka Maddslinky, al jaren één van de belangrijkste gezichten binnen de UK breakbeat garage), Rodney P (vaak betiteld als ‘godfather of British hip-hop’) en Fallacy (de ontbrekende schakel tussen grime en UK hip-hop). Op papier een interessante combinatie, waarbinnen hip-hop, grime, dubstep, UK funky en UK bass in de blender gaan. Sleepin’ Giantz staan voor rauwe, ongepolijste muziek met een tamelijk vernieuwend karakter. Waarom tamelijk vernieuwend? Met de mix van hip-hop, grime, dubstep, UK funky en UK bass wordt een geheel eigen geluid/niche vanuit de genoemde, reeds bestaande genres gecreëerd. De creativiteit van het drietal is duidelijk hoorbaar op “Sleepin’ Giantz”. “Draw For Tha Zee” is wat mij betreft het beste dat “Sleepin’ Giantz” te bieden heeft. Op deze track wordt een stevige dubstep break vermengd met gejaagde lyrics en een verrassende inbreng van de nodige melodie. Juist die combinatie maakt deze track onweerstaanbaar. Op dit titelloze debuutalbum wordt het drietal hier en daar bijgestaan door gasten. Zo schittert Jenna G als vrouwelijke vocaliste tijdens afsluiter “Final Curtain”. Na beluistering van de volledige tracklist kunnen we spreken van een leuk eindresultaat, maar net als Riz MC’s “MICroscope” is dit geen album dat ons maanden zal bijblijven. Release: 2 juli 2012.

 

Score: 3/5

 

 

Riz MC: “MICroscope” (Tru Thoughts)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

Riz MC, werknaam van Rizman Ahmed, is een verrassende nieuwe naam op Tru Thoughts. Zijn naam dook al eerder op via het Crosstown Rebels label. Volgens onze informatie verscheen “MICroscope” afgelopen jaar al in digitaal formaat. Nu is er een CD versie met nieuwe ‘skits’ en een uitgebreide bundel met bonusmateriaal (veelal remixes door derden). Kortom, een soort ‘deluxe’ editie rondom het oorspronkelijke album. Riz MC’s muziek is weliswaar innovatief van geluid, maar weet mij persoonlijk geen moment te raken. We horen hip-hop, electro, UK bass, grime, noise/distortion, glitch en nog meer subtiele underground flavours samenwerken. “MICroscope” is zeker geen matig album geworden en sluit gevoelsmatig het beste aan op de grime erfenis. Liefhebbers van dat genre gaan dit album zonder twijfel omarmen. Ondanks de met regelmaat terugkerende fraaie ritmestructuren, missen we hier en daar wat melodie en sfeer. Tijdens afsluiter “Sour Times” bewijst Riz MC overigens het tegenovergestelde. Daarna begint het bonusmenu met remixwerk van onder andere Zed Bias, dBridge en Bok Bok. Het is echter Baobinga die de aandacht opeist met zijn sterke UK bass (met 4/4 housebeat) remix voor “Hundreds & Thousands”. Terugkomend op labelgenoot Zed Bias. Hij nam, naast zijn remix voor eveneens “Hundreds & Thousands”, ook de ‘skits’ met Riz MC op voor deze hernieuwde uitgave van “MICroscope”. Al met al is “MICroscope” een album met genoeg amusementswaarde, maar zeker geen toekomstige klassieker. We schatten in dat Riz MC’s vocale inbreng zeker niet ieders kopje thee zal zijn.          

 

Score: 3/5

 

 

Pig & Dan: “Decade” (Soma Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

Igor Tchkotoua (Pig) en Dan Duncan (Dan), oftewel Pig & Dan, behoren al jaren tot de mondiale techno elite. Hun goed ontvangen debuutalbum “Imagine” uit 2007, welke verscheen via Sven Väth’s Cocoon Recordings, viel op door de samenkomst van diverse niches binnen de elektronische muziek en had onder andere het onvergetelijke klapstuk “Sly Detector” te bieden. “Decade” is de veelzeggende kroon op hun samenwerking en verschijnt via het Schotse kwaliteitshuis Soma Records – nog altijd een absolute autoriteit op het gebied van technomuziek. De samenwerking tussen Pig & Dan is uitermate vruchtbaar gebleken, kunnen we wel zeggen. Als we de discografie van het duo erbij pakken zijn de singles bijna niet te tellen. “Decade” is naast Pig & Dan’s tweede full length album dus ook een release die hun tienjarig jubileum markeert. Op “Decade” vinden we geen grote verrassingen. Op verfijnde wijze weten de heren een cocktail te brouwen van gedreven techno, tech-house en progressive house. Iets dat ze al jaren met veel succes doen. Ik heb de indruk dat de beats/producties op dit album iets lichtvoetiger zijn als we het materiaal vergelijken met Pig & Dan’s stijl van zo’n vijf jaar geleden. Het mag de pret niet drukken. Pig & Dan staat synoniem voor kwaliteit en dat laten ze ook hier weer horen. Let op: release is pas eind juli 2012 volgens onze gegevens.

 

Score: 3/5

 

 

Addison Groove: “Transistor Rhythm” (50 Weapons)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 Addison Groove is een alias van Antony Williams. Deze uit Bristol afkomstige producer kennen we vooral onder de werknaam Headhunter. Daarmee vergaarde Williams gaandeweg de jaren ’00 naam en faam binnen de dubstep/bass music sector. Hij is zonder twijfel invloedrijk en belangrijk geweest voor de ontwikkeling, groei en bloei van de dubstep en tegenwoordige niches. Als we ons goed hebben laten informeren produceert Williams pas sinds 2010 onder de Addison Groove noemer. “Transistor Rhythm” is dan ook zijn debuutalbum als Addison Groove. Een plaat waarop genoeg te beleven valt. Op “Transistor Rhythm” houdt Addison Groove qua stijl ergens het midden tussen UK bass, electro en house. Er zijn gastrollen weggelegd voor Spank Rock en Mark Pritchard. Met name het met Mark Pritchard opgenomen “Dance Of The Women” is een fraai spektakelstuk. “Incredible Exhausted Bunny Ears” valt binnen diezelfde sfeer – een aanrader. Allebei tracks met piekende energy levels. Heerlijk! Ook positief opvallend en noemenswaardig: de puntgave interlude “Ass Jazz”. Echter, zeker niet alle tracks op “Transistor Rhythm” scoren een dikke voldoende, maar gemiddeld gezien is het een prima album geworden. Een album met voldoende variatie en (zoals gezegd) enkele leuke tracks. Jammer alleen van de veelvuldige repetitie van bepaalde vocale samples. Dit werkt soms ronduit storend. Met de elementen ‘groove’ en ‘rhythm’ zit het in ieder geval wel snor. 

 

Score: 3/5

 

 

Paul van Dyk: “Evolution” (VANDIT Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

Paul van Dyk’s nieuwste werkstuk heet “Evolution”. Een titel die verwachtingen schept. Maar ach, de verwachtingen rondom deze trancekeizer zijn eigenlijk altijd hoog gespannen. Hij is niet voor niets ooit de lijstaanvoerder van de invloedrijke DJ Mag Top 100 geweest. In 2012 staat Paul van Dyk nog altijd aan de mondiale trance top en heeft zijn VANDIT label de afgelopen jaren ingezet als springplank voor (jong) talent en natuurlijk het uitbrengen van eigen werk. Op “Evolution” kiest Paul van Dyk ervoor met uiteenlopende producers en vocalisten te teamen. Qua co-producers komen we namen als Arty, Austin Leeds, Ummet Ozcan en Giuseppe Ottaviani tegen. Vocaal gezien krijgt Paul van Dyk onder andere bijklank van Adam Young (Owl City) en Sarah Howells. Op “Evolution” verloochend Paul van Dyk zijn trance ‘roots’ niet, maar schept hij wel met regelmaat een flink popsaus over zijn doorgaans pompende loops. Gelukkig wordt hier een gezonde balans in gevonden. Er zijn op “Evolution” ook enkele uitstekende clubtracks te vinden. “The Ocean” bijvoorbeeld – resultaat van Paul van Dyk en Arty’s samenwerking – is een kolkende, deels vocale dansvloerparel. Heel sterk. Resumerend, “Evolution” biedt enerzijds een soort van trance meets popsound waarmee Paul van Dyk nieuwe hitparade successen probeert af te dwingen, anderzijds het type tranceproducties die je graag op de grote feesten/festivals terug hoort. “Evolution” is geen hoogvlieger, maar wel een album die je als tranceliefhebber niet mag laten schieten. Geen spraakmakende evolutie, wel gewoon goed!
   

Score: 4/5

 

 

Various: “Strictly 4DJS Vol. 5” (Strictly Rhythm)

 Bron: 2-CD

Rubriek: 6/2012  

Het in 1989 opgerichte Strictly Rhythm label is na enkele doorstarts nog altijd springlevend anno 2012. Deze “Strictly 4DJS” bundels gelden gevoelsmatig als het antwoord op Defected’s “Most Rated” serie. Verspreid over twee disks komen in totaal 21 tracks aan bod in ongemixte vorm. Op disk één wordt afgetrapt met het aanstekelijke “Signification” van Haze & Full Intention. Een Ibiza 2012 hit in wording. Het zomerse “U Can’t Hide” van Per QX feat. Andrea Love biedt een sprankelende groove met een lekker pianothema. Lifelike’s remix voor Mauvais Cliche’s “Stop Watching Me” grijpt terug naar eind jaren 80 en begin jaren 90 met een typische (simplistische) melodielijn uit die tijd, compleet met ouderwetse beat en breakbeat. Op “Strictly 4DJS Vol. 5” vinden we, naast de uitgelichte tracks, verder uitstekend werk van Seamus Haji & Cevin Fisher, Kaiserdisco, Lifelike, Ben Westbeech, Hardsoul & Baggi Begovic (fraai geremixt door René Amesz), Mr. V, Axwell en ga zo maar door. We kunnen wel stellen dat er op deze 2-CD bundel genoeg materiaal te vinden is dat het deze zomer goed zal doen op Ibiza. Deze serie sluit niet alleen aan op Defected’s “Most Rated” concept, maar ook op de algehele Defected sound. Niets mis mee.

 

Score: 3/5

 

 

Various: “Air Texture Volume II” (Air Texture)

 Bron: 2-CD

Rubriek: 6/2012

 Ambient liefhebbers opgelet! Het tweede deel uit de “Air Texture” serie van het gelijknamige label is een feit. Ditmaal verzorgt door Loscil (aka Scott Morgan) en Rafael Anton Irisarri (aka The Sight Below, bekend van het Ghostly International label). Namen die de doorsnee liefhebber van electronic music weinig tot niets zullen zeggen. Deze smaakvolle compilatie zouden we het beste kunnen omschrijven als een promotiecampagne voor de moderne of ‘new’ ambient. Muziek waarbij weinig tot geen aandacht is voor beat- en ritmestructuren, maar juist voor melodie, harmonie en sfeer. In de persbeschrijving komen allerlei typeringen voorbij zoals modern composition, avant-garde en experimental electronic music. Termen die niet bepaald uitleg geven aan hetgeen we op deze “Air Texture Volume II” release. Hoe klinkt deze 2-CD bundel dan? Als één lange zwerm van geluid en rustieke noise (soms natuurgetrouw), waarbij je langzaam maar zeker in een diepe trance of slaap geraakt, want zweveriger en/of mysterieuzer dan dit kaliber muziek wordt het niet snel. Dit concept fungeert als een soort surrealistische soundtrack voor de geest, die rust en orde uitstraalt. Alsof je meevliegt met een drone tijdens een vlucht over een bijna oneindig aantal kilometers boven onbewoonde gebieden. “Air Texture” is qua concept min of meer vergelijkbaar met Kompakt’s langlopende “Pop Ambient” verzamelreeks, maar gaat gevoelsmatig nog een paar lagen dieper.

 

Score: 4/5

 

 

Busdriver: “Beaus $ Eros” (Fake Four Inc.)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

De uit Los Angeles afkomstige underground hip-hop artiest Busdriver (alias van Regan Farquhar) heeft in de afgelopen tien jaar (plus) een karrevracht aan releases uitgebracht – waaronder een opvallend aantal albums (soms in projectvorm). Releases die verschenen via uiteenlopende labels als Mush, Epitaph (en sublabel ANTI-) en Big Dada (sublabel van Ninja Tune). Busdriver’s (soms) onnavolgbare en abstracte kijk op hip-hop heeft hem in de loop der jaren een flinke naamsbekendheid opgeleverd. In het verleden werkte hij onder andere samen met onze favoriet Daedelus. Busdriver riep voor “Beaus $ Eros” de hulp van Loden (Jolan Koks) in. Een producer met wie Busdriver al eerder samenwerkte. “Beaus $ Eros” is een avontuurlijk album geworden, waarop Busdriver’s kenmerkende vocalen perfect afgemeten tussen de hip-hop, electro en synth-pop invloeden gedijen. Het blijft toch knap hoe Busdriver zich keer op keer weet te onderscheiden als artiest binnen de grootschalige hip-hop vijver. “Beaus $ Eros” is niet de beste Busdriver langspeler die we van hem hoorden, maar goed is dit album zeker. Het is voor de hip-hop liefhebber weer eens wat anders, zoals dat zo mooi heet. Creativiteit kent geen tijd.  Een krappe 4/5 tot gevolg.

 

Score: 4/5

 

 

A.G.Trio: “Action” (Etage Noir Special)

 Bron: 2-CD

Rubriek: 6/2012  

Het Oostenrijkse trio Roland Von der Aist (aka Roland Bindreiter), Andy Korg (aka Jürgen Oman) en Aka Tell (aka Markus Reindl) opereert pas sinds een jaar of drie onder de alias A.G.Trio. Etage Noir Special (logischerwijs een sublabel van Etage Noir) gunde de mannen een 2-CD albumrelease waarop ze zichzelf uitgebreid presenteren. "Action" bestaat uit twee delen: het album en een bundel met A.G.Trio remixen voor derden als Just Banks en Parov Stelar. Genoeg kwantiteit dus, maar zit het ook goed met de kwaliteit? Deels, is het antwoord. "Action" biedt electro-house en electro-breaks met een opzichte flirt naar de popmuziek (soms op de 80's gebaseerd, met name ook vocaal gezien). Wat vooral opvalt is dat "Action" uitpuilt van de toegankelijke muziek. Muziek die je zou kunnen omschrijven als hapklare brokken. Dat is vaak niet zo'n goed (voor)teken. A.G.Trio brengt niet zozeer een 'cheesy' geluid, maar wel muziek volgens een uitgekauwd conceptuur. Vocaal gezien slaat men geen pleefiguur, maar sterk is het zeker niet. Het is overigens niet zo dat "Action" geen actie omvat. Binnen de goed in het gehoor liggende songs gebeurt er genoeg op het gebied van melodie/sfeer. Juist de inbreng van aantrekkelijke melodielijnen werkt ietwat contrasterend tegenover de toch wel saaie beats/ritmestructuren - vallen grotendeels onder de categorie 'heard it a million times before'. Samenvattend: "Action" is dus een gemakkelijk te verhapstukken album met toegankelijke, deels op pop gebaseerde electro-house en electro-breaks. Niets mis mee, maar zeker ook geen album dat ons lang zal bijblijven. Een krappe 3/5 score
tot gevolg hebbende.

 

Score: 3/5

 

 

Various: “Coming Home - Mo’Horizons” (Stereo Deluxe)  

Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 Na de editie door Jazzanova is het de (ondankbare) taak aan de mannen van Mo’Horizons om met een passend vervolg te komen. Mo’Horizons, het duo Ralf Droesemeyer en Mark Foh Wetzler, staat al jaren te boek als producteam van de meer tropische downtempo – veelal luistermuziek dus. Met een waslijst aan releases voor Stereo Deluxe en Agogo Records, waaronder enkele klassiekers tijdens de lounge hype rond 2000, heeft het duo, sinds het verschijnen van de eerste releases eind jaren 90, niet bepaald stil gezeten. Terug naar deze compilatie. De “Coming Home” reeks biedt de luisteraar kort door de bocht een kijkje in de privécollectie van de samensteller in kwestie. Ook deze sessie omvat weer een reeks van persoonlijke favorieten, waaronder waarschijnlijk inspiratiebronnen enzovoorts. Niets nieuws onder de zon qua concept dus. De samenstelling door Mo’Horizons telt negentien bijdragen en is, geheel volgens de verwachting, opgezet als eclectische luistersessie. Het duo put uit een veelvoud aan stijlen waaronder soul, jazz, funk, latin (+ latin breaks) en downtempo. Oud en nieuw(er) materiaal gaat zonder moeite hand in hand. Uiteraard zet Mo’Horizons ook wat eigen (productie)werk in de schijnwerpers. Het totaalresultaat boeit, maar gaat zeker niet de boeken in als beste deel uit de reeks. Daarvoor verwijzen we toch graag naar voorgaande afleveringen door Jazzanova en vooral Boozoo Bajou. Met materiaal van onder andere Donny Hathaway, Paul Weller en Clay Hammond heeft ook dit deel uit de “Coming Home” reeks weer genoeg te bieden.

 

Score: 3/5

 

 

Flunk: “The Songs We Sing (Best Of 2002-2012)” (Beatservice Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

 De naam Flunk zal niet gelijk bij iedereen een belletje doen rinkelen. Flunk is een vierkoppige Noorse band die een geluid brengt dat zich ergens tussen downtempo, trip-hop en pop bevindt. De grootste bekendheid verwierven ze wellicht met de cover voor New Order’s “Blue Monday” (de best verkochte 12” maxi single allertijden). Met name de filmische downtempo remix door Blue States en de house/techno versies door Jori Hulkkonen waren en zijn nog altijd memorabel. Inmiddels zijn we tien jaar verder en deelt Flunk een ‘best of’ conceptalbum met zijn/haar publiek. Bandleden Anja Øyen Vister, Erik Ruud, Jo Bakke en Ulf Nygaard laten met deze bundel, een jubileumbundel, geen twijfel bestaan over hun kwaliteiten. Flunk’s muziek is uitermate catchy van klank en werkt aanstekelijk. Buiten het instrumentale aspect vormt de ingetogen stem van Anja Øyen Vister simpelweg het ontbrekende puzzelstukje binnen het grotere geheel. Flunk doet qua stijl en klankkleuren soms denken aan Morcheeba. De zestien tracks op dit conceptalbum zijn stuk voor stuk de moeite waard. Deze titel is ook beschikbaar in digitaal formaat. De ‘Digital Deluxe’ versie biedt een extra bundel met ‘best of remixes’.

 

Score: 3/5

 

 

Mouse On Mars: “Parastrophics” (Monkeytown Records)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012  

Het Monkeytown label is hard op weg aansluiting te vinden bij labels als Warp Records of Ninja Tune. Ook bij Monkeytown Records staat het experiment voorop en is de gemiddelde kwaliteit van de albums bovengemiddeld. Sterker nog, in de afgelopen periode heeft het label qua albumreleases enkele positieve uitschieters voortgebracht. Denk daarbij aan de albums van Modeselektor, Elan en Lazer Sword. Ook dit nieuwe Mouse On Mars album, hun eerste voor Monkeytown, is een spektakelstuk. De formatie Mouse On Mars, tegenwoordig een duo (Andi Toma en Jan St. Werner), draait al sinds begin jaren 90 mee en heeft zichzelf sindsdien al vele malen opnieuw uitgevonden. Op “Parastrophics” vermengt de formatie allerhande elektronica en IDM invloeden met verknipte breakbeats en versplinterde sound fx (abstracte noise). Dat zijn overigens niet de enige pijlers waarop dit album rust. Ook synth-pop, electro en zelfs chiptune invloeden zijn aan de orde van de dag. Het levert in veel gevallen uitstekende muzikale output op. Muziek met een overdaad aan geluiden en effecten die vanuit alle hoeken op je afgevuurd worden. Muziek met een ‘druk’ karakter dus. “Parastrophics” is een leuk album geworden, maar kan niet opbieden tegen genoemde albums van Modeselektor, Elan en Lazer Sword.

 

Score: 3/5

 

 

Suff Daddy: “Suff Sells” (Melting Pot Music)

 Bron: CD

Rubriek: 6/2012

De in Düsseldorf opgegroeide, maar tegenwoordig in Berlijn woonachtige hip-hop DJ en producer Suff Daddy laat hier met “Suff Sells” horen een veelzijdig baasje te zijn. “Suff Sells” bestaat uit liefst negenentwintig veelal kortere bijdragen. Deze beat creator houdt qua stijl ergens het midden tussen (jazzy) hip-hop en de beats genieën van deze tijd. Gevoelsmatig klinkt zijn muziek soms als Slakah The Beatchild – bijvoorbeeld refererend naar albumtrack P.G.O.B. feat. Miles Bonny. Ook de creatieve uitspattingen van de bevriende DJ Day blijken een verwijzing – een labelgenoot overigens. Kortom, Suff Daddy is een artiest die ook aansluiting zou vinden in de stal van bijvoorbeeld BBE Records. Via Melting Pot Music heeft Suff Daddy echter al twee albums mogen uitbrengen. “Suff Sells” is zijn derde en die mag er zijn. De creatieve, grotendeels instrumentale hip-hop tracks zijn absoluut waardevol voor de collectie. Zonder noemenswaardige uitschieters, maar met een ongeremde muzikale geest weet Suff Daddy de luisteraar voor zich te winnen. Hip-hop met soul, hip-hop met disco, hip-hop met jazz, hip-hop met schots en scheve beatsprogrammering; “Suff Sells” heeft het allemaal te bieden. Vergelijkingen met DJ Spinna en J-Boogie’s Dubtronic Science zijn niet van de lucht. Leuk materiaal ook voor een eventuele nieuwe “Mushroom Jazz” verzamelaar van Mark Farina.

 

Score: 3/5

 

 

Archief CD-recensies