|
|
CD recensies
September/Oktober 2012
![]() |
|
Various:
“FabricLive.66 - Daniel Avery” (Fabric Records) Rubriek:
10/2012 De
Engelse DJ/producer Daniel Avery laat tijdens zijn mix voor Fabric
London een tamelijk breed scala aan elektronische muziek de revue
passeren. Zijn aanpak mag dan ook met recht ‘eclectisch’ genoemd
worden. Gedurende de mix bemerken we invloeden uit de disco, acid,
(retro) house, techno, electro, elektronica en ga zo maar door. Een
breed scala aan muzikale kleuren, zoals dat heet. Daniel Avery over zijn
mix voor Fabric: "it's
rare to be able to take such risks in a club, especially at a time when
anybody can mix together crowd-pleasing fodder on their laptop. That's
not for me. I love weird records; that original, lawless spirit of acid
house where the music is pulsing but will also throw in some
mind-bending, psychedelic elements to knock you sideways and make you
lose yourself within it. This mix is my take on that idea." En een
zeker risico neemt Avery zeker. Deze
mixsessie zal niet ieders’ kopje thee zijn. Met een flinke pluk aan
eigen tracks (en interludes) showcased hij opzichtig zijn kwaliteiten
als producer. Daarnaast is er plaats voor namen als Simian Mobile Disco,
Miss Kittin, Compuphonic en Prins Thomas. Aan het eind van de mix
komt er, niet geheel onverwachts, een track van Avery’s idool en
supporter Andrew Weatherall (onder de projectnaam The Asphodells)
voorbij. Beste bijdrage komt wat ons betreft van Simian Mobile Disco.
Hun fraaie “Supermoon” vermengt techno, electro en acid met een
opmerkelijk sfeervol thema, die je niet zo snel van Simian Mobile Disco
verwacht. Een uitbundige track die veel mensen zal aanspreken. Na enig
onderzoek blijkt “Supermoon” overigens een track op de Japanse
uitgave van Simian Mobile Disco’s laatste studioalbum “Unpatterns”
– noem het bonusmateriaal. “FabricLive.66” is gemiddeld genomen de
moeite waard en heeft een tamelijk hoog vermakelijkheidsgehalte. Niets
mis mee. Score: 3/5 |
![]() |
|
Various:
“Armin van Buuren: Universal Religion Chapter Six” (Armada Music) Rubriek:
10/2012 Deze
recensie schrijven we enkele dagen na Armin van Buuren’s herverkiezing
tot nummer één DJ ter wereld – naar aanleiding van de bekende
jaarlijkse verkiezing door het invloedrijke DJ Mag. Een ongekend succes
voor de sympathieke tranceambassadeur. Recentelijk verscheen ook het
zesde deel uit zijn geliefde “Universal Religion” compilatiereeks.
Waar Armin’s “A State Of Trance” mixcompilaties vooral een
uithangbord voor zijn populaire radioshow is, zo zijn de “Universal
Religion” titels eigenlijk niets meer of minder dan een fraai verpakte
opname van Armin’s live prestaties als DJ. Het doel is dan ook om de
luisteraar (min of meer) de sfeer die Armin live op het podium uitdraagt
te laten (mee)proeven. “Universal Region Chapter Six” bestaat uit
twee disks en tegelijkertijd twee delen. Het betreft twee DJ sessies die
afgelopen zomer live opgenomen zijn in de Privilege op Ibiza (van 6 en
20 augustus om precies te zijn). Wat opvalt, is dat Armin live veel
energieker oogt dan op zijn eerder genoemde “A State Of Trance” (CD)
selecties. De mengelmoes van instrumentaal en vocaal werk is
ongewijzigd, maar Armin schiet de ene na de andere messcherpe
tranceparel op zijn publiek af, zonder te verzanden in trance die
aanvoelt als chill-out of pre-party muziek. Op de tracklist vinden we
bekende namen als Alex M.O.R.P.H., Andy Duguid, Solarstone with Aly
& Fila, Ørjan Nilsen, Andy Moor en meer usual suspects. Toch is het
niet één grote Armada Music show. Gelukkig koos Armin ook voor muziek
buiten zijn indrukwekkende scala aan platenlabels. Andy Duguid’s “I
Want To Believe” is wat mij betreft een vroeg hoogtepunt dat een
ongekende ritmische stuwing veroorzaakt. Heerlijke track. Over het
totaalplaatje kunnen we kort zijn. “Universal Religion Chapter Six”
is voor trancebegrippen dik in orde. Verwacht echter geen vernieuwende
muziek, maar meer van hetzelfde. Met Armin van Buuren’s achter de
knoppen lijkt succes verzekerd. Let op: binnenkort komt er ook weer een
“A State Of Trance Classics” bundel uit (de zevende inmiddels). Score:
3/5
|
![]() |
|
Bambounou:
“Orbiting” (50 Weapons) Bron:
CD Rubriek:
10/2012 “Orbiting”
is de debuut langspeler van Bambounou, een alias van de jonge Fransman Jéremy
Guindo. Tussen 2010 en nu bracht hij slechts een bescheiden aantal
releases uit, maar Modeselektor’s 50 Weapons label (sublabel van
Monkeytown Records) erkende Bambounou’s talent en gunt hem na de
“Cobe EP” van augustus dit jaar een volwaardige album release. Van
die “Cobe EP” is alleen de diepe undergroundtrack “Mass”
meegenomen op “Orbiting”. “Orbiting” is een album dat zich
muzikaal gezien grotendeels afspeelt binnen de marges van dubstep/UK
bass en techno (plus subtiele mengvormen). Geen combinatie die we voor
het eerst horen, maar Bambounou weet er zijn geheel eigen draai aan te
geven. Zo valt een track als “Challenger” op vanwege de boogie
invloeden en beland je tijdens “Capsule Process” tussen ietwat
‘annoying’ acid invloeden en prachtige synthpads – hoe
contrasterend! “Orbiting” overtuigt als langspeler, maar weet mij
persoonlijk niet voldoende te prikkelen. Daarvoor is het album in mijn
beleving iets te inconsistent. Desalniettemin, goed gescout van
het 50 Weapons label. Release: 23 november 2012. Score:
3/5
|
![]() |
|
Redshape:
“Square” (Running Back) Rubriek:
10/2012 Wat
is dat toch met gemaskerde karakters? Naast Dr. Lektroluv toont ook de
technoartiest Redshape zich graag gemaskerd op het podium. Redshape is
een project van de Duitser Sebastian Kramer.
In het najaar van 2009 bespraken we al eens “The Dance Paradox”,
Redshape’s debuutalbum dat verscheen via Delsin. “Square” is zijn
tweede volwaardige langspeler en staat boordevol broeierige techno,
elektronica en (beatloze) ambient. Soms hebben we het idee dat we naar
werk van The Black Dog zitten te luisteren, of naar oude Detroit techno
(vanuit de 90’s). Op “Square” gaat Redshape onder andere een
‘duet’ aan met de van Kode9 en het Hyperdub label bekende The
Spaceape. Het resultaat is echter standaard, oppervlakkig en niet
overtuigend te noemen. Dat gevoel overheerst overigens gedurende de
volledige speelduur van het album. Gedurende het album passeren diverse
mooie sfeerrijke momenten, zoals het beatloze “Departing” – een
soort interlude van nog geen 2 minuten. Echter, gemiddeld gezien valt
“Square” ietwat tegen ten opzichte van de geprezen voorganger.
“The Dance Paradox” werd niet voor niets door DJ Broadcast Magazine
geselecteerd voor hun top 100 lijst van ‘beste’ albums van de jaren
’00. Die eer zal “Square” in dit nieuwe decennium zeker niet
opeisen, zo is onze verwachting. Al met al een leuk album om te
proberen, maar geen spektakelstuk in onze beleving. Score:
3/5
|
![]() |
|
Michael
Mayer: “Mantasy” (Kompakt Schallplatten) Rubriek:
10/2012 Kompakt
(mede)oprichter Michael Mayer heeft met “Mantasy” een fraai vervolg
gegeven op zijn debuutalbum uit 2004, “Touch” genaamd. Voor
Resident Advisor liet Mayer het volgende optekenen: "Mantasy
clearly reflects the gazillions of sounds I'm listening to in private,
especially my love for soundtracks or soundtrack-like music." Kortom,
verwacht een mengelmoes van techno, (tech) house, nouveau disco, ambient
en (folky) elektronica, overgoten met een flinke filmische saus (veelal
sci-fi sferen). Muziek die naadloos aansluit op de toch al zo brede
muzikale koers van het uit Keulen afkomstige label. Toch laat
“Mantasy” zich maar moeilijk vergelijken. Michael Mayer is vooral
zichzelf en dat is veel waard. “Mantasy” staat boordevol prima
tracks en kakt eigenlijk geen enkel moment in. Zelfs de introverte
sfeercollages weten de aandacht maximaal op te eisen. Openingstrack
“Sully” doet me enigszins denken aan Klimek, al is die vergelijk
zeker niet ‘spot on’. “Lamusetwa” is een futuristische trip met
fijn pompende downtempo breakbeat – prachtige thematiek! Titeltrack
“Mantasy” en “Voigt Kampff Test” vallen te typeren als
retro-futurische parels. En zo heeft “Mantasy” nog een hele rits aan
prettige tracks te bieden. We hebben begrepen dat er dit jaar geen
“Pop Ambient” compilatie verschijnt vanuit de Kompakt stal, maar dit
album, waarop enkele opmerkelijke rustmomenten te horen zijn, kan prima
fungeren als ‘stand in’. Score:
4/5
|
![]() |
|
Various:
“Kern Vol. 1 - Mixed By DJ Deep” (Tresor Records) Rubriek:
10/2012 De
Franse DJ/producer Cyril Etienne des Rosaies aka
DJ Deep heeft als samensteller/mixer van CD compilaties al een flinke
staat van dienst opgebouwd. In het verleden dook zijn naam vaak op
rondom het Distance label, maar de jongere generatie clubbers zal hem
vooral kennen van zijn Deeply Rooted House label en zijn “City To
City” mixreeks voor BBE Records. Een reeks die inmiddels drie edities
telt. Het Berlijnse Tresor vroeg DJ Deep voor deze nieuwe mixklus.
“Kern Vol. 1” is een spectaculaire mixsessie geworden waarbij
treffend een brug wordt gebouwd tussen oud en nieuw, house en techno
enzovoorts. Met invloeden vanuit de Detroit techno, NYC en Chicago
house, acid en ga zo maar door. DJ
Deep over zijn nieuwste mixcompilatie: “as
I was struggling to find an order through all the great material on the
Tresor catalogue or what my label currently does, I came up with this
idea of a DJ’s diary – like the picture of a guy writing down in his
notebook which new and classic tracks would be relevant today. I kept
this concept in mind when making my selection, which really helped me to
simply follow my feelings and the flow of the music.” Met
klinkende namen als Kerri Chandler, Juan Atkins, Armando, Jeff Mills, DJ
Gregory, Ben Klock en The Traveller (aka Shed) op de tracklist kun je er
zeker van zijn dat het met de kwaliteit wel snor zit. Persoonlijk ben ik
vooral erg te spreken over de mengvorm van oud en nieuw gedurende de
mix. Alsof je muzikaal gezien meegenomen wordt op een reis langs de
80’s en 90’s tot aan het hier en nu. Check ook die fabuleuze
garage-alike kraker van Rootstrax “Harlequin” – een vroeg
hoogtepunt van deze mixsessie. Deze titel zal 12 november 2012 in de
(digitale) schappen liggen. Score:
3/5
|
![]() |
|
Shed:
“The Killer” (50 Weapons) Rubriek:
10/2012 Shed
(René Pawlowitz) kennen we al
jarenlang als fabrikant van enerverende, afwijkende techno en gelieerde
elektronische nuances (waaronder ambient en allerhande breakbeats). Zo
dook hij ooit op als remixer voor Peverelist’s “Junktion” (op
Tectonic). Met een indrukwekkende mix van dubstep en Detroit techno
blies Shed het origineel zo’n beetje van de kaart. In de zomer van
2010 bracht hij nog het overtuigende album “The Traveller” uit via
Ostgut Ton. Shed’s nieuwste wapenfeit heet “The Killer” en
verschijnt via Monkeytown Records’ sublabel 50 Weapons. Op “The
Killer” is Pawlowitz weer ouderwets op dreef. Hij lijkt een gave te
hebben om diepgaande, avontuurlijk techno in elkaar te knutselen die
nogal afwijkt van de geijkte sounds. De ietwat grauwe, industriële
uitstraling van het artwork voel je ook duidelijk terug komen in de
muziek. Niets mis mee. Het kan nu eenmaal niet altijd dag/licht zijn. Op
“The Killer” is het overwegend nacht. “The Killer ”biedt precies
drie kwartier vertier voor technopuristen en avonturiers. De elf tracks
op het album doen individueel gezien weinig voor elkaar onder. Lang
verhaal kort, Shed scoort wederom de punten met zijn experimentele
insteek. Experimenten die niet doorslaan en de luisterfactor in gevaar
brengen. Hoogtepunt is wat mij betreft “Phototype” dat met zijn
galmende breakbeat en ambient geluidswolken sterk doet denken aan oud
werk van The Aphex Twin. Sterk
album! Score:
4/5
|
![]() |
|
Newban:
“Newban & Newban 2” (BBE Records/Guinness Records) Bron:
CD Rubriek:
10/2012 BBE
Records is al jaren een bepalende speler op het vlak van compilaties vol
obscure (bijna) vergeten muziek. De naam Newban zal dan ook bij weinig
mensen een belletje doen rinkelen. In 1977 bracht deze formatie, later
ook bekend als Atlantic Starr, een tweetal albums uit via Guinness
Records – “Newban” en “Newban 2”. Deze twee albums zijn voor
dit project gebundeld en aangevuld met enkele bonustracks. Bovendien is
al het materiaal ‘remastered from the original tapes’. Newban staat
voor heavy funk, raw soul en spiritual jazz & grooves. Een fusion
geluid dat kenmerkend is voor de jaren 70 en later veelvuldig
hergebruikt zou worden in moderne jazz, broken beat enzovoorts. Denk
daarbij aan de muziek van bijvoorbeeld (we noemen een) Jazzanova,
Incognito of Kyoto Jazz Massive. Of Newban een inspiratie voor genoemde
(eigentijdse) toppers is geweest (of nogal altijd is), is onbekend. Deze
Newban bundel betekend voor uw recensent een welkome en vooral
onverwachte titel. Muziek die hier nog niet eerder op de radar
verscheen. Aanrader en vooral een goed initiatief van BBE Records om
Newban’s materiaal in de herkansing te gooien. Score:
4/5
|
![]() |
|
Various:
“Fabric 66 - Ben Klock” (Fabric Records) Rubriek:
10/2012 De
in Berlijn residerende Ben Klock is al ruim tien jaar actief binnen de
mondiale technoscene. In 2009 verscheen zijn debuutalbum “One” via
Ostgut Ton. Een plaat met een abstracte (minimal) technosound. Van die
plaat is ons gek genoeg het duistere dubstep experiment “Gold Rush”
het meest bijgebleven. Het is nu 2012 en op Ben Klock laat als
samensteller van deze nieuwste “Fabric” mixcompilatie een opvallend
stevig geluid horen. Pompende (funky) techno wel te verstaan. Het soort
techno, met geregelde knipoog naar Detroit, dat vlak voor de intrede van
de minimal trend gemeengoed was – denk aan de periode voor (pak ‘m
beet) 2004-2005. Als samensteller/mixer heeft Ben Klock al de nodige
ervaring opgedaan. Zo was hij in het verleden verantwoordelijk voor de
“Berghain 04” compilatie. Gelijk ook één van de beste edities uit
de serie. Op “Fabric 66” treffen we een Ben Klock in prima vorm aan.
Zijn stuwende beats zijn primair voor de dansvloer bedoeld, maar bieden
zo nu en dan ook de nodige melodieuze momenten. Op de tracklist vinden
we uiteenlopende namen als Burial, Marcel Dettman, D-Nox, Steve Rachmad,
Floorplan (aka Robert Hood), Technasia en Planetary Assault Systems (aka
Luke Slater). Uiteraard ontbreken enkele eigen werken en/of remixes niet
op de tracklist. Ben Klock laat met deze mix voor Fabric London in ieder
geval een prima indruk achter en grijpt wat ons betreft, zoals eerder
gezegd, terug naar de techno van net na 2000 tot de invasie van de
minimal een feit werd. Wellicht gaat die sound weer helemaal terugkomen.
Wie zal het zeggen? Score: 3/5 |
![]() |
|
Various:
“FabricLive.65 - DJ Hazard” (Fabric Records) Rubriek:
10/2012 Fabric
London heeft de afgelopen periode (lees: tussen 2010 en nu) binnen de
“FabricLive” serie regelmatig (key) players vanuit de drum &
bass sector aan het woord gelaten, getuige de sessies door Goldie, Kasra
en DJ Marky. DJ Hazard is de volgende samensteller en mixer die het drum
& bass genre centraal stelt. Een prima keuze, zo blijkt. De uit
Birmingham (UK) afkomstige Scott Molloy, zoals DJ Hazard echt heet,
draait al sinds eind jaren ’90 mee binnen de drum & bass scene,
maar deed me persoonlijk geen belletje rinkelen. Da’s zonde, want met
deze mix van net meer dan een uur weet hij een blijvende indruk achter
te laten – een positieve. DJ
Hazard aan het woord over zijn mixsessie: "I
wanted the mix to represent how I play in a club; I also wanted the mix
to have a live feel to it so the mix was done in one take so that any
mistakes could be heard; just two CDJ’s, a mixer and plenty of coffee.
I tried to use as many new producers as possible and I also tried to get
as much exclusive unreleased music as I could to try and make the CD as
fresh as possible." DJ Hazard is een man van het snelle
doormixen, waardoor het kan gebeuren dat deze mixsessie liefst vijftig
tracks omvat. Dit resulteert automatisch in korte soundclips van de
producties. Kortom, de vaart blijft er voortdurend in. Opener “Never
The Same” van DJ Hazard zelf blijkt het ultieme startschot van een
flitsende mixsessie. “Never The Same” combineert nog het beste van
subtiliteit en power, maar het overgrote gedeelte van het materiaal op
deze disk bestaat uit spierballenmuziek vol grommende en bijtende
baslijnen. Een vergelijk met het legendarische duo Ed Rush & Optical
is snel gemaakt, wat niet zo vreemd is met namen als Noisia en Phace
& Misanthrop op de tracklist. De contouren tekenen zich al snel af.
Slechts zelden gooit DJ Hazard er wat sferische tinten in, maar wanneer
hij dat wel doet blijkt het een verrijking voor zijn mix. Ray Keith’s
“Deeper Love” is een mooi voorbeeld van die sporadische, meer
verfijnde geluiden. Een track met een opvallend retro geluid vol soul,
terwijl deze productie volgens onze informatie toch echt uit 2012 stamt.
Wellicht een productie die al jaren op de plank lag te verstoffen. DJ
Hazard’s eigen bijdragen vallen vooral positief op door de creatieve
programmering van de uptempo breakbeats. Een gave die ervoor zorgt dat
hij zich weet te onderscheiden van zijn collegae, zo blijkt. Niet dat
iedere DJ Hazard productie grensverleggend afwijkt van de gemiddelde
standaard, maar je hoort duidelijk dat hij in diverse producties net
even dat stukje extra aandacht aan het facet drumprogrammering heeft
besteed. Over de gehele breedte genomen is deze mix een waardevolle
titel, die primair voor liefhebbers van rauwe drum & bass sounds
hout snijdt. Niet iedere track tussen de vijftig bijdragen scoort een
voldoende, maar gemiddeld gezien boeit en deugt deze sessie. Score:
3/5
|
![]() |
|
Wrongtom
Meets Deemas J: “In Bron:
CD Rubriek:
10/2012 Met
Wrongtom Meets Deemas J heeft Tru Thoughts een (toch wel) verrassend
reggae/dub duo getekend. Het tweetal heeft een overtuigend album weten
te smeden, dat de markt op gaat met de werktitel “In East London”.
DJ en producer Wrongtom ken je wellicht nog van zijn samenwerking/album
met Roots Manuva. We doelen dan op het uit 2010 stammende “Duppy
Writer”, dat via Ninja Tune’s sublabel Big Dada verscheen. MC Deemas
J vervult de dankbare vocale rol. De muziek op “In East London”
blijkt een hommage aan de gelieerde cultuur en het geluid uit de 80’s,
waaraan het duo destijds verslingerd raakte. “In East London” biedt
naast reggae en dub ook wat invloeden uit de dancehall stijl. Die
combinatie komt duidelijk naar voren tijdens de treffende titel “At
The Dancehall”. Een track met sterk en ingewikkeld vocaal werk. De
snelheid en timing van de gekozen woorden drijven de waarde van de
beats, keys en baslijn combinatie verder op. En zo heeft “In East
London” nog een hele rits aan prettige bijdragen te bieden. Zelfs
als je geen uitgesproken reggae/dub of dancehall liefhebber bent is dit
album het checken waard. De thema’s zijn aanstekelijk en daarnaast
gebeurt er vocaal en ritmisch continu wat. Conclusie: verrassend lekker
album met diepe, verse en ‘bouncing’ vibes! Release:
24 september 2012. Score:
4/5
|
![]() |
|
Various:
“Pure Rubriek:
10/2012 Multi-talent
Bruno From Ibiza was resident DJ van Café del Mar (Ibiza) voor een
periode van liefst acht jaar. Vandaag de dag is hij nog altijd uiterst
actief als DJ en draait hij sets in/bij exclusieve locaties als Atzaro,
Ocean Drive en Blue Marlin. De compilaties van Bruno From Ibiza zijn al
jaren een lust voor het oor. In de loop der jaren heeft hij al meer dan
twintig compilaties muzikaal ingevuld en bracht hij een tweetal
artiestenalbums uit. Bezig baasje dus. “Pure Salinas - Lounge &
Deep House Edition Vol. 4” is weinig verrassend, maar wel erg lekker
om te luisteren. De term lounge is wellicht ietwat misplaatst. We horen
vooral zonnige nouveau disco en warme deep-house op deze twee disks.
Bruno From Ibiza blijft een uitstekende keuzeheer en selecteerde voor
deze compilatie materiaal van namen als Phonique, Crazy P, John Gazoo en
Space Ranger. Laten we er één track specifiek uitlichten: de slow
motion openingstrack van Quintus Project is van een grootse schoonheid.
Een Balearische nouveau disco parel! Deze release biedt net dat stukje
extra ten opzichte van de recentelijk verschenen nieuwste editie van
“KM5 Ibiza”. Dat stukje extra komt door de samensteller in kwestie.
Andermaal een compliment voor zijn smaakvolle muziekkeuze. Score:
4/5
|
![]() |
|
Adani
& Wolf: “Electric Dandy” (Adani & Wolf Recordings) Rubriek:
10/2012 Adani
& Wolf, het producerduo Rob Gaasterland en Daniël Testas, hebben
precies twee jaar de tijd nodig gehad om met een nieuw album te komen.
“Electric Dandy” volgt op de uitgebalanceerde voorganger “Into The
Outback” – CD in vederlichte verpakking. Een album waarop Adani
& Wolf wat ons betreft de vorm hervonden. De vorm die ze eerder
hadden getoond op hun albums voor Therapy Recordings – ook onder de
noemer Project 2000. Hoe klinkt “Electric Dandy” dan? Daarvoor
vermelden we een treffende passage uit de persinformatie in deze
recensie: Adani & Wolf slaan met de CD “Electric Dandy” een brug
tussen toekomst en verleden. Op hun nieuwste studio- album nemen de
Amsterdamse Electric Dandies de luisteraar mee op een retro futuro trip
langs orkestrale psychedelica, space-age exotica en intergalactic
downtempo beats. In deze muzikale tijdmachine worden invloeden van
Bacharach tot Barrett tot Bowie verweven tot een eigentijds exotisch
universum. Een kleurrijk gezelschap medereizigers zoals saxofonist
Benjamin Herman en de New Yorkse, Andalusische zangeres Suzette Moncrief
vergezellen Adani & Wolf op hun kosmische reis. Aldus de
persinformatie. Klinkt spannend en dat is de muziek van het duo ook nog
altijd! De bijdragen klinken smaakvol als altijd en zijn als een
klevende massa: de muziek heeft een klevende werking en laat niet meer
los. Favoriete track: “The Oxford Hustle” dat op het eerste gehoor
moderne (funky) disco, downtempo en wat Braziliaanse tinten vermengt.
Heel mooi. Het is slecht één van de vele sterke tracks op dit album.
Gevoelsmatig is dit album misschien wel de beste die ze ooit gemaakt
hebben. Een track als het filmische “The Sign And The Seal”, een
torenhoge persoonlijke favoriet van uw recensent, hebben ze weliswaar
nooit meer gemaakt, maar op “Electric Dandy” zetten de heren een
dermate fijne sfeer neer dat hun geprezen debuutalbum “Les
Seigneurs” uit 2003 benaderd en wellicht zelfs overtroffen wordt. Aanrader!
Score:
4/5
|
![]() |
|
Hidden
Orchestra: “Archipelago” (Tru
Thoughts) Rubriek:
10/2012 Release:
1 oktober 2012. Score:
5/5
|
![]() |
|
Shawn
Lee: “Synthesizers In Space” (ESL Music) Rubriek:
10/2012 Shawn
Lee is iemand dat kan terugvallen op een uitgebreide discografie. Hij
debuteerde ooit medio jaren ’90 op het befaamde Talkin’ Loud label
met het album “Discomfort”. In de jaren daarna bracht hij het
grootste gedeelte van zijn releases uit via Ubiquity Records. Echter, in
2011 verscheen er ineens een album van het duo AM & Shawn Lee via
ESL Music (voluit Eighteenth Street Lounge
Music), het label van de mannen van Thievery Corporation. Ook Shawn
Lee’s nieuwste werkstuk, “Synthesizers In Space” genaamd,
verschijnt op het uit Washington DC afkomstige ESL Music.
“Synthesizers In Space” valt op vanwege het experimentele karakter.
De kundig geprogrammeerde beats verwijzen primair naar de funk en
hip-hop. De percussie/tribals
zorgen voor een exotische tint. Daarnaast bemerken we een eigentijdse
vertaling van 70’s soundtrack muziek – zet het soepel rollende
funkfestijn “Galactica” of het afsluitende “Tiger Style” eens op
en je begrijpt wat we bedoelen. De beats hebben opzettelijk een brakke
lo-fi touch meegekregen. Het mag de pret niet drukken. “Synthesizers
In Space” mag dan wel een korte speelduur hebben, maar binnen de elf
tracks gebeurt genoeg om je als luisteraar te vermaken. “Black Hole”
is wellicht de beste individuele track die het album te bieden heeft.
Deze track biedt funk, hip-hop en (hoe kan het ook anders) spacey
synthesizer partijen. In zijn algemeenheid klinken Shawn Lee’s
producties verrassend anders en is er weinig om aan vast te houden. Dat
is knap. “Synthesizers In Space” is een mooi album vol
‘psychedelic grooves’ om te ontdekken. Score:
4/5
|
![]() |
|
Various:
“Dubstep Allstars: Vol.09 - Mixed By Silkie & Quest” (Tempa) Rubriek:
10/2012 Deze
titel op het befaamde Tempa label kwam ietwat verlaat op ons/mijn pad.
Echter, na beluistering van deze titel konden we een verlate review niet
achterwege laten. De doorgewinterde dubstep/UK bass watcher zal
vermoedelijk primair de schouders ophalen bij weer een editie uit de
“Dubstep Allstars” serie. Maar, dat is ietwat voorbarig. Deel negen
uit de serie sprankelt namelijk van de positieve energie en biedt een
breed scala aan elektronische nuances. Daarover later meer. Het Britse
Tempa label, dat met artiesten als Skream en Benga een belangrijk
aandeel had in de groei en bloei van de dubstep/UK bass, scoort met deze
nieuwste “Dubstep Allstars” niet zozeer een dikke voldoende wat
betreft originaliteit, maar doet dat wel met de muzikale invulling. Met
dank aan Silkie (Soloman Rose) en Quest (Darren Leon
Henry), die beide meerdere eigen tracks naar voren schoven voor
deze mix. 100% terecht ook, want het werk van beide heren blijkt
essentieel. Na het retro futuristische “Superhero” van Swindle wordt
je direct opgezogen in de fijne sound van Silkie’s “Lucky”. Een
track met soepel wiebelende ritmiek, dito basslines en een gelaagde
melodielijn die je aandacht permanent opeist. Wat opvalt, is dat er
tijdens de mix naast de als bekend te veronderstellen dubstep/UK bass
invloeden ook een prominente rol wordt opgeëist door oldskool
breakbeats en rave/early hardcore synthesizers – Swindle’s
“Belfast” is een belangrijke getuige. Ook wordt er zo nu en dan
opzichtig geflirt met 90’s (speed)garage en gerelateerde 2-step
(breakbeat garage) – Silkie’s “Get Up & Dance” en de R&B’ish
herinterpretatie door Silkie voor Katy B’s “Witches Brew” blijken
mooie voorbeelden daarvan. Al die kruiden zitten subtiel en minder
subtiel verpakt in een aantal van de liefst vierentwintig bijdragen die
deze mix telt. Waarom is “Dubstep Allstars: Vol.09” dan zo de moeite
waard zul je je afvragen? Het antwoord daarop is simpel en snel
verklaard. Tijdens de mix wordt geen moment verslapt en schakelt het
tweetal veelvuldig tussen sfeerrijke, rauwe en scherpe invloeden – met
een keur aan klankkleuren. Dit doen de samenstellers/mixers alsof het ze
geen enkele moeite kost. Dat is wat je noemt vakmanschap! Het mixwerk
gedurende sessie is aardig tot goed te noemen, maar daarmee verdient het
duo niet de punten. Ga “Dubstep Allstars: Vol.09” vooral beluisteren
om de diversiteit en torenhoge gemiddelde kwaliteit. Eén ding is zeker:
Tempa doet er goed aan om deze mixserie te continueren. Puntgaaf
werkje! Score:
4/5
|
![]() |
|
Hybrid:
“Classics” (Distinctive Records) Rubriek:
10/2012 Hybrid
geldt als één van belangrijkste pijlers binnen de zogeheten
progressive breaks nuance. Een nuance op de progressive, trance en epic
house vanuit eind jaren ‘90. De band kwam, geheel terecht, in één
klap volop in de schijnwerpers te staan. Waarom? Na het stormachtige
succes rondom debuutalbum “Wide Angle” uit 1999 is de (tegenwoordig)
driekoppige formatie uitgegroeid tot een breed gerespecteerde naam
binnen de mondiale scene voor elektronische muziek. Eind 1999 waren ze
zelfs te zien/horen op ID&T’s beroemde Innercity evenement in de
Rai te Amsterdam. Naast oprichter Mike Truman bestaat het gezelschap
tegenwoordig uit vaste waarde Chris Healings en zangeres Charlotte
James, wie geldt als het nieuwste bandlid. Na vier studioalbums vond het
Distinctive label de tijd rijp voor een showcase van Hybrid’s
prestaties door de jaren heen. Een verantwoorde zet, zo blijkt na
beluistering van deze schijf/release. “Finished Symphony”, de
openingstrack van deze “Classics” bundel is wellicht de meest
bekende Hybrid productie uit hun loopbaan. Deze melancholische
progressive breakbeat track valt te typeren als een meeslepend
spektakelstuk dat ontroerd. De prachtige strijkers passen perfect in een
filmische, ietwat droevige setting. Het maakt deze geprezen productie
uniek en het is niet vreemd dat deze track lachend meeliftte op de
bloeiende progressive- en trancescene aan het einde van de jaren 90. Een
symfonisch hoogstandje van formaat. De toon is gezet en Hybrid’s
scherp afgemeten en unieke mix van invloeden is bepaald. Een mix waarbij
dus een prominente rol is voor moderne klassieke muziek – met name
gedurende hun eerste jaren als formatie/band. Ook de overige producties
op deze “Classics” bundel zijn van ongekende schoonheid. Het is soms
alsof de tijd even stil heeft gestaan, maar dat maakt in het geval van
Hybrid’s muzikale output geen bal uit! Kwaliteit kent geen tijd.
Verwacht muziek binnen de marges tussen artiesten als BT en Chicane,
doelend op hun werk aan het einde van de jaren ’90 en begin jaren
’00. Daar kunnen we kort over zijn. De doorgewinterde Hybrid
bewonderaar zal (vermoedelijk) de schouders ophalen en de tracklist, op
de aardige cover voor Depeche Mode’s “Enjoy The Silence” na, als
bekend veronderstellen. Echter, voor de luisteraar die niet of minder
bekend is met het oeuvre van Hybrid is deze release een treffend schot
in de roos. Houd je van verfijnde, productietechnisch hoogwaardige
muziek binnen genoemde marges en met een vleug pop in de latere jaren,
dan is dit een release die je echt eens moet opzoeken. Een fraaie tour
langs enkele van Hybrid’s essentiële producties. Deze release zal
overigens ook gelimiteerd uitkomen als 4-CD box, waarbinnen iedere disk
een thema meekrijgt: de Classics disk (zoals hier besproken), aangevuld
met Instrumentals + Remixes, Orchestral en Cinematic Soundscape. Tot
slot, jammer dat ze de aanstekelijke track “Can You Hear Me” van het
laatste studioalbum “Disappear Here” (uit 2010) niet hebben
meegenomen in de tracklist. Het mag de pret niet drukken. Kenners weten
wat ze kunnen verwachten. Mocht je ook nog geïnteresseerd zijn in meer
recent werk van de formatie/band, dan willen we verwijzen naar de fijne
Discogs website. Daarop valt onder andere te lezen dat de formatie/band
zich bezig houdt met het fabriceren van soundtrackmuziek, bijvoorbeeld
gekoppeld aan de game “Ghost Recon: Future
Soldier” van softwarehuis Ubisoft. Score:
4/5
|
![]() |
|
Justin
Berkovi: “Mondrian” (Trapez) Rubriek:
10/2012 Na
jaren van relatieve stilte is technoveteraan Justin Berkovi terug met
een fabuleus nieuw werkstuk met de naam “Mondrian”, dat via het
Trapez label (onderdeel van Traum Schallplatten) verschijnt. Relatieve
stilte? In de afgelopen jaren bracht Justin Berkovi slechts enkele
singles uit. Dat is wel eens anders geweest als we zijn uigebreide
discografie ernaast leggen. Sterker nog, “Mondrian” blijkt
Berkovi’s eerste album in liefst acht jaar tijd. Wat dat betreft was
“Passion” (in het najaar van 2004 op Music Man uitgebracht) zijn
laatste wapenfeit. Een album met energieke technobommen als
“Electricity” en “I Can Feel The Sound”. Tracks die qua BPM’s
en power een heel andere lading dekken als de Justin Berkovi anno 2012.
Dat was een andere periode. Berkovi is hoorbaar meegegaan met zijn tijd
en heeft wat snelheid (in BPM’s) en power betreft ingeleverd.
Subtiliteit is nu het sleutelwoord. Justin Berkovi is zijn gevoel voor
het vervaardigen van kwaliteitsmateriaal bepaald niet verloren, zo
blijkt op dit nieuwe album. De dertien tracks op “Mondrian” zijn
warm van klank en zorgvuldig opgebouwd. Muziek die qua toonsetting ook
prima past bij de naderende herfstperiode. Na de kortstondige, beatloze
intro “Godspeed”, dat bol staat van de warme synthesizerwolken,
volgt de titeltrack “Mondrian”. Een track met een mooi gelaagd
geluid. Noem het progressieve techno. “Nadir” is een ingetogen
‘moody’ experiment dat me qua sfeer sterk doet denken aan
Chicane’s prachtige geluidscollages op zijn debuutalbum “Far From
The Maddening Crowds” uit 1997. Denk aan de intro van diens “Lost
You Somewhere” ter vergelijk. Met “City Lights” toont Berkovi zich
een bekwame fabrikant van cinematische soundtrack muziek op basis van
donkere ambient klanken. Spectaculair mooi. Naast de warmere, doch
serieus klinkende producties heeft Justin Berkovi ook wat dieper
materiaal vervaardigt voor dit album – dansvloer rijp. Voorbeelden
daarvan zijn bijvoorbeeld het met dub overladen “Mainline Tension”
en het spannende “Voices”. “Days Go By” zorgt echter weer voor
een meer gejaagde, sci-fi alike sfeer met aangrijpende computerstrijker
akkoorden. Een sublieme track van tegen de negen minuten speelduur! Dit
album toont aan dat Justin Berkovi nog altijd een fantastische
technoproducer is, waarbij hij regelmatig knipoogt naar Detroit. Hij
heeft zijn groei en uitgebreide ervaring als producer optimaal gebruikt
voor de vervaardiging van “Mondrian”, zo luidt mijn conclusie na
beluistering van het album. Tussen de dertien bijdragen op
“Mondrian” bevinden zich enkel winnaars en wordt er eigenlijk geen
moment verslapt. Dat is lovenswaardig en getuigt van klasse.
“Mondrian” gaat de boeken in als puntgaaf techno album met veel
aandacht voor warmte en sfeer. Release:
24 september 2012. Score:
4/5
|
![]() |
|
Jori
Hulkkonen as Third Culture:
“Negative Time” (My Favorite Robot Records) Rubriek:
10/2012 Eind
september jl. verscheen Jori Hulkkonen’s eerste langspeler onder zijn
Third Culture alias. “Negative Time” betekent Hulkonnen's dertiende
full length album (overall) en zijn eerste voor My Favorite Robot. De
Fin kan inmiddels putten uit een indrukwekkende catalogus met onder
andere album releases voor invloedrijke labels als F Communications en
Turbo Recordings. Sommige daarvan dragen het stempel ‘classic’ en
dat is meer dan terecht. Vooral zijn werk voor Laurent Garnier’s F
Communications label staat bij menig technoliefhebber in het vaste
geheugen gegrift. Ook zijn hit “Sunglasses At Night” uit 2001 (samen
met Tiga onder de noemer Tiga & Zyntherius) mag als befaamd
verondersteld worden. Hulkkonen kennen we al jaren als producer van
smaakvolle elektronische muziek. Hij beweegt zich doorgaans soepel
tussen techno (primair), electro en deep-house. Muziek die vrijwel
altijd aanvoelt als een warm bad. Dat is op “Negative Time” niet
veranderd. Het album is nog maar drie tracks onderweg of we zitten al op
het puntje van de stoel. “Liquid Hologram” gaat de boeken in als mix
van sci-fi getinte techno vs. electro met een vocaal (retro) poppy
randje (ingevuld door Jori Hulkkonen zelf). De magische sfeerpads die na
twee minuten opduiken zijn ronduit sensationeel en ontroerend mooi.
Alleen deze track rechtvaardigt al de aanschaf van het album. Uiteraard
laat Hulkkonen zijn album niet draaien om één specifieke track, maar
weet hij de aandacht de volledige speelduur van het album op zich
gericht. Hulkkonen bezit de gave om keer op keer meeslepende tracks te
vervaardigen. Tracks die doordacht in elkaar gesleuteld zijn en soms een
opvallende poppy toplaag bevatten (noem het electro-pop). De Fin biedt
zijn luisteraars zelfs een Balearisch disco/boogie moment op “Negative
Time”, “IO” genaamd. Vocale bijdragen op dit album komen van Harri
Falck, Olga Kouklaki en Hulkkonen himself (als JiiHoo). Zij scoren
allemaal een voldoende, maar persoonlijk ben ik vooral onder de indruk
van de instrumentale basis van Hulkkonen’s producties. “Negative
Time” zal voorlopig nog wel in de CD speler/op de digitale
afspeellijst van uw recensent vertoeven, want dat verdient het album.
Liefhebbers van Jori Hulkkonen’s eerdere werk zullen niet
teleurgesteld worden en met dit nieuwe werkstuk gaat hij zonder twijfel
een nieuwe groep geïnteresseerden voor zich winnen. Score:
4/5
|
![]() |
|
Markus
Schulz: “Scream” (Armada Music) Bron:
CD Rubriek:
10/2012 Het
nieuwe artiestenalbum van Markus Schulz heeft de werknaam “Scream”
meegekregen. Het album volgt op het uit 2010 stammende “Do You Dream?”.
In de tussentijd bracht de Duitser – al jaren hooggeklasseerd op de
lijst van ’s werelds populairste DJ’s volgens de befaamde DJ Mag
verkiezing – ook nog een album onder zijn Dakota alias uit. Een alias
die, als goed geïnformeerd zijn, primair voor zijn instrumentale werk
ingezet wordt. Markus Schulz pakt op zijn nieuwste album flink uit.
Vooral ook vocaal gezien. Helaas in een negatieve zin, want het niveau
van een aantal vocalisten is ronduit stuitend. Sommige van tenenkrommend
niveau durven we wel te stellen. “Scream” heeft negentien veelal
kortere tracks te bieden. Op de tracklist staat onder andere de met
Ferry Corsten gecreëerde rework voor Jens’ befaamde (euro)rave
klassieker “Loops & Tings”. Een prima track, maar eigenlijk een
rework van een rework. Eind jaren 90 maakten de mannen van Rank 1 (toen
nog onder de noemer Bervoets & De Goeij) immers al een remix voor de
track in kwestie. Niet bepaald een blijk van inspiratie. Tussen de
negentien tracks op “Scream” hebben we goed moeten zoeken naar de
echt overtuigende tracks. Da’s toch wel een vreemde gedachte bij een
DJ/producer met dit profiel. Maargoed, Markus Schulz komt op
“Scream” over als een producer die hopeloos uit vorm is. Een groot
gedeelte van de tracks op dit album klinkt nietszeggend en vallen te
categoriseren onder de noemer ‘eenheidsworst’. Beste tracks op het
album: de gevoelige bijdragen “Nothing Without Me” (met Ana Diaz) en
“Tempted” (met Sarah Howells), dat wat wegheeft van de oude Deadmau5
sound. Voor de rest is “Scream” een degelijke, maar weinig
enerverende langspeler. Een album dat je niet verwacht van deze
doorgewinterde trancegrootheid. Score:
3/5
|
![]() |
|
Kylie
Auldist: “Still Life” (Tru Thoughts) Rubriek:
10/2012 De
Australische soul/funk vocaliste Kylie Auldist, ook bekend als
‘front-woman’ binnen de band The Bamboos, is toe aan soloalbum
nummer drie. “Still Life” is de opvolger van het uit 2009 stammende
“Made Of Stone” en biedt eerlijke muziek die recht uit het hart
komt. Auldist bezingt allerlei persoonlijke verhalen en gevoelens op
haar nieuwste werkstuk. Een album dat alleen al om het instrumentale
gedeelte meer dan geslaagd is. Naast de verwachte 70’s funk en soul
invloeden horen we ook een portie disco/boogie verweven in de
‘classy’ muziekcocktail. Er is zelfs aandacht voor een
dub/reggaelaag over de soul-funk sound, getuige het swingende
“Howlin’ For You”. Lanu (Lance Ferguson), de bandleider van The
Bamboos, is andermaal betrokken bij de productie van het album en zijn
stijl/aanpak is herkenbaar uit duizenden. De toon van “Still Life”
gaat min of meer door waar The Bamboos’ recente langspeler “Medicine
Man” ophield. De tien bijdragen op “Still Life” zijn zonder
uitzondering dik in orde. De ‘double A-side digital single’
“Counting On You” / “Changes” zal voorafgaande aan dit album op
17 september in de digitale winkelschappen liggen. Met name “Counting
On You” is één van de voornaamste hoogtepunten van dit nieuwe album.
Een pakkend en opgewekt liedje dat gedragen wordt door soepel rollende
drumbeats. Ook “Daydream” en het afsluitende “All In You” gelden
als persoonlijke favorieten. Allemaal tracks dit zoals gezegd dicht
aanschurken tegen de sound van The Bamboos. Voor Kylie Auldist betekent
“Still Life” de bekroning op het uiterst succesvolle jaar 2012.
Eerder dit jaar was ze immers betrokken bij het spectaculair sterke
vijfde album van The Bamboos waarop ze schitterende naast gekende
vocalisten als Aloe Blacc en Daniel Merriweather. “Still Life” is
overigens niet zo sterk als het genoemde “Medicine Man” album van
The Bamboos, maar mag zeker in de schaduw daarvan staan. Niets mis mee.
Dit album verschijnt op 15 oktober 2012. Score:
3/5
|
![]() |
|
Benjamin
Herman: “Deal” (Dox Records/ Roach Records) Rubriek:
10/2012 Dat
Saxofonist Benjamin Herman een grote meneer is binnen de Nederlandse (contemporary)
jazzscene, mag als bekend verondersteld worden. Hij is de aanjager van
het geprezen New Cool Collective en bracht als soloartiest reeds een
berg aan albums uit. Benjamin Herman staat voor moderne en hippe jazz,
maar weet op ieder album te verrassen met subtiliteit en een onstuitbare
honger naar vernieuwing. “Deal”, een album dat geldt als soundtrack
voor de gelijknamige film, volgt op het medio 2010 verschenen “Blue
Sky Blond” met onder andere de kraker “Airhead” op het menu –
een smaakvolle jazzhop track vol muzikaliteit. Op “Deal” omringt
Benjamin Herman zich met een aantal meer dan uitstekende (sessie)
muzikanten en The City Of Prague Philharmonic Orchestra. Niet bepaald
half werk dus. Aan vakmanschap is dus op voorhand geen enkel tekort op
“Deal”. Het album gaat de boeken in als avontuurlijk, filmisch (hoe
verrassend) en spectaculair goed. Bij tracks als het korte “Give Me A
Figure” en het prettig rollende “He’ll Never Get Her (Any Other
Way)” blijf je gefascineerd luisteren. Dit is filmische jazzmuziek met
sfeer en stijl die je omarmt als een warme deken. “Deal” is de
zoveelste topprestatie van Benjamin Herman (met aanhang in dit geval)
uit zijn carrière. Met de aanschaf van dit album maak je een prima
deal, zoveel is duidelijk. Score:
4/5
|
![]() |
|
DFRNT:
“Fading” (Echodub) Rubriek:
10/2012 Het
lijkt wel een trend, zo’n producer alias met louter medeklinkers in
kapitalen. SBTRKT is zo’n voorbeeld, maar ook deze DFRNT (alias van
Alex Cowles) doet hieraan mee. “Fading” blijkt zijn tweede album en
de opvolger van het uit 2009 stammende “Metafiction”. Op
“Fading” draait het om stijlvol geproduceerde muziek met een
hoofdrol voor warme, galmende synthesizerpartijen. Met dit gereedschap
creëert DFRNT prachtige en vooral meeslepende sfeercollages. Opener
“Silent Witness” geldt wat dat betreft als belangrijke getuige.
DFRNT pendelt op “Fading” soepel tussen stijlen als deep-house, UK
bass/dubstep, dub-techno en ambient. Sterker nog, hij vermengt al deze
smakelijke kruiden van tijd tot tijd met elkaar. Het resultaat betekent
niet zozeer een geheel eigen of vernieuwend geluid, maar vooral een
geluid dat diep en tamelijk breed gaat. Diep wat betreft de
productietechnische uitwerking, breed in de zin van de kruisbestuiving
tussen genoemde stijlen. Zorgvuldig weet DFRNT dubby soundscapes en
plots opduikende vocalen te strooien over 4/4 beats, die aanvoelen alsof
ze ieder moment kunnen transformeren in gebroken dubstep beats. Iets dat
in sommige gevallen ook daadwerkelijk in actie wordt omgezet. Van alles
wat, voor ieder wat wils. Verwacht bij beluistering van “Fading”
geen krachtige, maar vooral subtiele tracks die ook waanzinnig klinken
op je home audio. DFRNT weet zijn luisteraars met zijn eerder genoemde
warme synthesizerlagen en sfeerpads volledig voor zich te winnen. Het
lijkt wat dat betreft soms alsof DFRNT in de leer is geweest bij
intelligent drum & bass held LTJ Bukem. “Deep Into It” is een
mooi voorbeeld van DFRNT’s overtuigende crossover skills. Simpele,
doch fijne synthesizerakkoorden weten een broeierig sfeertje op te
wekken. Een soort zomerse deep-house vs. dubstep mood waar je als
luisteraar graag op wegdroomt. Na beluistering van het album overheerst
het gevoel dat je naar een uiterst gevarieerde langspeler hebt
geluisterd. Ook qua tempo is aan diversiteit gedacht. “Fading”, dat
verschijnt via DFRNT’s eigen Echodub label, zal daarom bij een breed
publiek enthousiasme gaan wekken, zo is mijn inschatting. Different?
Nee, dat niet. Wel een mooie en doordachte samensmelting van fraaie
elementen uit diverse elektronische muziekstijlen en/of niches. Score:
4/5
|
![]() |
|
Qbical:
“The Night” (Manual Music) Rubriek:
10/2012 Qbical
is de werknaam van Raymond van Baal. “The
Night” is zijn tweede full length album. De opvolger van het
uit 2008 stammende “Life Is Just A Bunch Of Pixels” – een digital
only release overigens. Op dat album overtuigde hij (destijds) de house-
en techno/minimal scene van zijn uitstekende kwaliteiten als producer.
Ook “The Night” verschijnt op Paul Hazendonk’s Manual Music. Een
label dat de afgelopen jaren al een aantal plezierige albums in de
schappen bracht. Denk aan de fijne langspelers door onder andere Examine
en Eelke Kleijn. In
de internationale persbijlage vertelt Qbical over zijn nieuwste trots: "I've
been thinking a long time what my second album would be like. I wanted
to merge all the sounds I am into at the moment, mixing disco, indie pop
and all out electronica weirdness with my regular sound. This mix of
influences shines thru in both the composition and arrangement as the
technical use of analog hardware and typical "band-recording"
techniques like re-amping sounds and using real drums. There is
something for everyone on this album, each track holds its own while
your into house, disco, techno or just want to chill out. It's been a
pleasure to produce and mix this album. The result are these 10 tracks
that I'm really proud to release to you all!" “The
Night” is absoluut geen plaat vol vage experimenten, maar is juist
prettig toegankelijk. Qbical vindt binnen zijn producties een mooie
mengvorm van opgewekte thema’s in combinatie met prima beats. Naast de
diverse dansvloermomenten brengt Qbical ook een typisch rustmoment –
refererend aan het op downtempo gebaseerde “4U”. Geen track die echt
opvalt, maar een track die een prettige tussenhalte blijkt gedurende de
beluistering van het tiental. Toch zijn het vooral die toegankelijke 4/4
beats die je als luisteraar weten te grijpen. “On My Way” is een erg
fraaie track waarop Qbical een soort huwelijk tussen (stuwende)
progressive house en tech-house sluit. Op “On My Way”, dat bol staat
van de zomerse piano- en synthesizerklanken, toont Qbical wat mij
betreft zijn allerbeste vorm. Direct daarna volgt het op elektronica
gebaseerde “Tict”, dat zo mee had gekund op de laatste twee albums
van John Tejada voor Kompakt. “YtoX” is nog zo’n mengvorm van
house/techno met elektronica. Eén van de absolute uitblinkers op dit
album. Op “Rise” vermengt Qbical een typische Moroder-alike bassline
met onrustig wiebelende synthesizer sweeps en sci-fi achtige
computerstrings. Andermaal een track met prettig stuwende ritmiek. Een
regelmatig terugkerend facet binnen Qbical’s producties, zo blijkt. Na
beluistering van het tiental op “The Night” kunnen we concluderen
dat Qbical een prima vervolg op zijn debuut heeft gefabriceerd. Eerlijk
is eerlijk, “The Night” is in de breedte geen album dat zich kan
meten met de selecte elite/voorhoede van de scene, maar toch zeker de
moeite waard is. Het album heeft een aantal uitstekende, solide en
vooral opgewekte tracks te bieden die niet snel zullen gaan vervelen. Score:
4/5
|